Ed Parker’s Kenpo Karate: een compleet systeem?

door Marcel de Jong, Katsudo Kenpo

De laatste jaren nemen de zogenaamde MMA gevechten een grote vlucht. In de Verenigde Staten is de UFC is populairder dan de Super Bowl en steeds meer vechtkunst beoefenaren leggen zich toe op het grond gevecht.

Dat werpt bij sommigen de vraag op of het Kenpo systeem zoals wij dat trainen en dat werd ontwikkeld door Ed Parker al dan niet compleet is.

Die vraag zal ik beantwoorden door mijn mening over een aantal zaken op een rijtje te zetten. Vat onderstaande dus niet op als de enige echte waarheid, maar accepteer het als mijn mening, en vind er het jouwe van. Reacties zijn uiteraard welkom.

Om de vraag te kunnen beantwoorden moeten we een aantal zaken van elkaar scheiden. De eerste vraag is: Waar is dat Kenpo systeem voor bedoeld? Als wij de bedoeling hebben ooit nog eens de UFC te winnen, dan is het enige advies dat ik je kan geven: Ga vooral MMA (mixed martial arts) trainen.

Met name de MMA fans stellen nog wel eens vraagtekens bij ons Kenpo met stelling: Er heeft nog nooit een Kenpoka de UFC gewonnen, dus dan zal het wel niets waard zijn. En wat vervelender is, sommige kenpoisten laten zich daarin meeslepen.

Als ik een analogie met andere sporten mag maken: We kunnen er denk ik vanuit gaan dat Roger Federer momenteel wel min of meer de beste tenisser ter wereld is. Hoe denk je dat Roger het er vanaf zou brengen in een hockey wedstrijd op wereld niveau? In beide gevallen sla je met een stuk hout tegen een balletje, dus zoveel verschil kan er niet tussen zitten. Toch vrees ik dat Roger er weinig van terecht zou brengen.

De handicap van vechtsporters is dat ze allemaal een ander spelletje beoefenen, maar dat ze zich wel graag willen kunnen meten met de anderen. En dat gaat dus niet. Je moet jezelf (als je dat wilt) beoordelen tegen de achtergrond van anderen die hetzelfde doen. Verder moet je het systeem beoordelen aan de hand van zijn doelstellingen.

Daarnaast wijs ik je er bij voorbaat alvast op dat als je UFC kampioen wilt worden, één keer in de week een uurtje MMA trainen ook niet genoeg is. Begin maar eens met 20 uur of meer in de week en hou dat een aantal jaren vol, misschien dat je dan, als je zowel heel veel geluk als talent blijkt te hebben, een kans maakt. Dat brengt ons meteen bij de volgende ongelijkheid. Een professionele MMA-er is iemand die zijn geld verdient (en er dus al zijn tijd aan kan besteden) met trainen en wedstrijden vechten. Een professionele kenpoka is iemand die zijn geld verdient met lesgeven. En iedereen wordt nu eenmaal erg goed in dat wat ‘ie het meeste doet. Zo zullen professionele kenpoisten beter zijn in lesgeven, en professionele MMA-ers in wedstrijden vechten.

Kortom, een vergelijking tussen ons Kenpo systeem zoals het door ons wordt beoefend, met MMA zoals het wordt beoefend door profesionele vechters, is een ongelijke vergelijking die niet tot een zinnig antwoord zal leiden op de vraag of het Kenpo systeem al dan niet volledig is.

Effectief zelfverweer
Onze doelstelling is effectief zelfverweer, en geen ringgevechten. Vanuit die achtergrond zal ik hierna verder ingaan op de vraag of ons systeem compleet is, of er bepaalde zaken aan ontbreken, en of dit wellicht een doel heeft.

Het Kenpo systeem bestaat uit basics, technieken, vormen en sparring. Het doel van de verschillende onderdelen valt als volgt te typeren.

Basics vormen de ondergrond, en zijn in feite het enige onderdeel van het systeem waarvan volledigheid geboden is. Ik kom daar later nog op terug.

De overige onderdelen bestaan alleen om deze basics te leren gebruiken en combineren. Technieken zijn de praktijkvoorbeelden, waarbij ik de nadruk zou willen leggen op het woord voorbeelden. Vaak wordt tegen de technieken ingebracht dat ze niet reëel genoeg zijn en dat ze in de werkelijkheid in die vorm niet zullen voorkomen. Als je op school zit of een cursus volgt wordt er ook veel gebruik gemaakt van praktijkvoorbeelden, en dan klaagt er niemand over dat ze na een jaar of wat die exacte voorbeelden nog niet in het echt zijn tegengekomen. Waarom zou je dat met onze zelfverdedigingstechnieken dan wel doen? Het zijn voorbeelden van de manier waarop je de basics kunt gebruiken.

Vormen zijn de laboratorium experimenten met onze basics en technieken. In een gecontroleerde omgeving (dus zonder aanvallende partner) trainen we de basics om ze volledig onder controle te krijgen, en om ze daarna weer in de praktijkvoorbeelden te toetsen.

In de sparring vervolgens creëren we een situatie die meer variabelen omvat zodat we leren om in een onbekende situatie de basics toe te passen.

Volledigheid
Laat ik beginnen met de basics. Omdat iedere mens maximaal twee handen, twee voeten, een lijf en een hoofd heeft, valt er een beperkt aantal basics te omschrijven waarbij die ledematen gebruikt worden, en waarop vervolgens een oneindig aantal variaties zijn te bedenken. De basics zijn naar mijn mening alle mogelijke bewegingen of posities die defensief of offensief gebruikt kunnen worden, zonder de variaties. Naar mijn mening is het systeem aan basics zoals dat in het Parker systeem wordt gehanteerd, compleet.

Om dat enigszins toe te lichten merk ik allereerst op dat wij, kenpoisten, de neiging hebben om van technieken alleen de verdedigende kant te trainen. Dat getekent dat we de andere helft van de techniek, de aanval, onder belichten. Dat is dan ook naar mijn mening geen tekortkoming van het systeem, maar een tekortkoming in de manier waarop wij het systeem gebruiken. Als wij ons systeem dan vergelijken met bijvoorbeeld Brazilian Jiu Jitsu, dan hebben wij ook locks en chokes, zij het meestal in de aanvallende kant van de technieken. Ik constateer dat we ze te weinig trainen, en alleen in een staande toestand, maar we hebben ze wel. Een zogenaamde mount-positie is in mijn ogen niet meer dan een variatie op een positional check, maar dan wel weer één die we (te) weinig trainen. Wederom geen tekortkoming in het systeem dus, maar wel in ons gebruik ervan. Omgekeert merk ik op dat stoten en kicks in het BJJ niet voorkomen, in geen enkele vorm of variatie, waarmee naar mijn mening is aangetoond dat ons systeem completer is dan BJJ. En dan vergelijk ik de systemen uiteraard sec, zonder toevoegingen buiten het systeem om.

Vergelijk je Kenpo met Tae Kwon Do (de ITF variant, omdat dat de enige is die ik ken), dan heeft het TKD geen trappen die wij niet kennen. Alleen heeft Ed Parker er voor gekozen, de trappen in principe alleen onder de gordel toe te passen, omdat boven de gordel de handen de meest voor de hand liggende wapens zijn. Wil dat echter zeggen dat we de kicks, die wij in de standaard praktijkvoorbeelden alleen onder de gordel toepassen, niet hoog of gesprongen zouden kunnen of mogen trainen? Natuurlijk wel, die hoge en gesprongen trappen zijn niets anders dan variaties op de lage trappen en die zouden bijvoorbeeld prima in de What-if fase van de standaard technieken kunnen worden toegepast. Ik kies er zelf uitdrukkelijk voor om ook die hoge en gesprongen kicks te trainen en aan mijn studenten door te geven. Het TKD kent echter geen positional checks, geen locks, chokes en voor zover ik weet ook geen toepassing van wapens. Ook het TKD is naar mijn bescheiden mening dus minder compleet dan ons Kenpo.

Als we naar onze zelfverdedigingstechnieken kijken, kan ik zonder enige twijfel zeggen dat deze geen compleet systeem vormen. Daar bedoel ik mee dat niet op alle mogelijke situaties, alle mogelijke antwoorden worden gegeven. Als we namelijk kijken naar het aantal mogelijke situaties waarin we kunnen worden aangevallen, en het aantal mogelijke oplossingen dat daarvoor te bedenken is, valt eenvoudig te constateren dat een compleet systeem een oneindig aantal technieken zou omvatten. Dit oneindig aantal technieken zou door geen mens op aarde kunnen worden omschreven, laat staan uit het hoofd geleerd. Daardoor zou dit niet als een werkbaar systeem kunnen worden gezien. De technieken zijn dus niet compleet, maar dat kan ook niet. De vraag doet zich dan voor of dat deel van het systeem gevarieerder had kunnen zijn en daarmee op meer verschillende soorten aanvallen of variaties daarvan toegesneden. Ik ben van mening dat dat mogelijk zou zijn geweest. Uit eigen ervaring weet ik dat iemand die zich strikt houdt aan het systeem zoals dat is beschreven, dus met 154 zelfverdedigingstechnieken, plus in een beperkte mate de variaties daarop (de “What-ifs”), op een aantal vlakken tekort komt. En dan heb ik het met name over grondvechten en vechten tegen gewapende tegenstanders. Ik heb het specifiek niet over boksers en andere ringvechters, omdat die niet ons spelletje (zelfverdediging) beoefenen. Een zelfverdedigingsgevecht heeft echter wel een aannemelijke kans om op de grond te eindigen of met een wapen geconfronteerd te worden.

Voor zover het grondvechten betreft heb ik gemerkt dat een goed getrainde kenpoist (en zo beschouw ik mezelf dan voor het gemak maar even) die nog nooit training heeft gehad in grondvechten, zeker niet hulpeloos is. Kennelijk steek je van de trainingsmogelijkheden die het systeem wel biedt, zoveel principes op over de toepassing van basics op die ook op de grond bruikbaar zijn, dat enig effect te verwachten valt. Maar, om nou te zeggen dat je er een goede grondvechter van wordt….. Om dat te bereiken zul je de basics ook in die situatie moeten trainen. En daar schiet mijns inziens het geheel aan trainingsmogelijkheden binnen het systeem tekort.

Sommigen zijn van mening dat het Kenpo systeem wel volledig is en dat vele Kenpo technieken ook op de grond onverkort kunnen worden toegepast. Hoewel ik hun argument begrijp, ben ik het er niet geheel mee eens. Met de nodige aanpassingen kunnen we de Kenpo technieken in sommige gevallen in horizontale positie toepassen, daar lijkt me geen discussie over mogelijk. Maar betekent dat, dat deze technieken de beste methode vormen om te leren hoe onze basics en de variaties daarop op de grond te leren toepassen? Nee, de technieken zijn ontworpen, en ook het meest geschikt, voor een verticale positie. Ik zou dit standpunt willen vergelijken met iemand die beweert dat je met een tang ook best een spijker in een stuk hout kunt slaan. Natuurlijk is dat waar, maar is het de beste methode om dat te doen, of zijn er betere gereedschappen voorhanden?

Een zelfde verhaal kan verteld worden over gewapend of tegen wapens vechten, waarbij mijn ervaring zich beperkt tot mesvechten. Ook in die setting was mijn Kenpo-ervaring bepaald niet weggegooid, en kon ik mezelf tegen mede-beginners zonder Kenpo-ervaring goed redden. Maar een goede mesvechter….. wordt je pas als je dat aspect terdege gaat trainen. En daar bieden de 5 technieken die het systeem biedt, en die zich uitsluitend richten op het ongewapende gevecht tegen een gewapende tegenstander, geen soulaas.

De vormen en sets zijn zoals gezegd naar mijn mening laboratorium experimenten om de technieken beter te kunnen gaan beheersen. Daaraan is inherent dat als de technieken iets missen, de vormen en sets dat ook doen.

Met andere woorden: Ik ben van mening dat het systeem qua basics alle mogelijkheden biedt om in alle situaties, al dan niet door gebruik te maken van variaties op de “standaard-basics”, een passend antwoord op een aanval te kunnen formuleren. Maar willen we dat in alle situaties ook daadwerkelijk kunnen praktiseren, dan zullen we in onze training meer variatie moeten zoeken waardoor meer verschillende soorten aanvallen en gevechten, vaker aan bod komen zodat ook op die, thans onderbelichte gebieden, routine ontstaat.

En wat kunnen we eraan doen?
Om de ontbrekende routine aan te vullen zijn er in feite slechts 2 mogelijkheden.
1. We verzinnen zelf “nieuwe” trainingsmogelijkheden
2. We halen het ergens anders vandaan
Hoewel ik denk dat het mogelijk is om zelf, door onze bestaande basics goed toe te passen, tot goede oplossingen te komen, zou dat betekenen dat we het wiel dat al eeuwen geleden door anderen is uitgevonden, opnieuw gaan ontdekken. Ik ben dan ook van mening dat een veel efficiëntere manier, waar overigens Ed Parker zelf zich uitstekend in zou kunnen vinden, zou zijn om de kennis daar te halen waar deze het best is. Mijns inziens is derhalve de beste oplossing voor hen die hun routine wensen te verbreden, het trainen in andere vechtkunsten die antwoord geven op de openstaande vragen.

En wat willen we eraan doen?
Om een en ander te relativeren, merk ik op dat het voor mij, en voor velen met mij, een levenswerk is om een redelijke Kenpoist te worden. Hoewel ik dat niet echt geprobeerd heb, ga ik er vanuit dat het evenveel moeite en tijd kost om een redelijke grondvechter of mesvechter te worden. Je kunt je tijd van leven maar een keer besteden, en ik kies er bewust voor om dat in de eerste plaats met Kenpo te doen, zodat ik mij, aan het eind van mijn “carierre” hoop een redelijk tot goede vechter, staand met lege handen, te mogen noemen. Alleen voor zover mijn training in dat aspect daar niet onder lijdt, ben ik bereid om tijd te besteden aan een kennismaking met die andere vlakken. Ik maak derhalve de keus om op één vlak te excelleren in plaats van op alle vlakken te matigen.

Antwoord op de vraag: Is het Kenpo systeem compleet?
Ik ga wel een antwoord op die vraag geven, maar ik ga daar meteen de vraag aan verbinden: Bestaat er een andere vechtkunst die wel compleet is?

Zoals uit het voorgaande blijkt is het antwoord op de eerste vraag, is het Kenpo-systeem compleet, niet eenvoudig te geven. In de basis is het systeem in mijn ogen compleet in die zin dat we er alles mee zouden kunnen. In de uitvoering wordt het systeem echter niet zodanig gebruikt dat we alle gebruiksmogelijkheden ons eigen maken. In zijn totaliteit is het systeem dus niet compleet.

Bestaat er aan andere vechtkunst die wel compleet is? Nee, in mijn ogen niet. Voor zover mijn kennis over andere systemen reikt, is het Kenpo systeem het enige systeem dat in potentie compleet is, maar wat slechts uitdieping behoeft. Ieder systeem heeft, net als wij, een bepaald gebied waar dat systeem zich op concentreert. Mocht er ooit iemand (of misschien zijn die iemanden er al) een “nieuwe” vechtkunst ontwikkelen die zich richt op alle denkbare aanvallen die zich zouden kunnen voordoen, dan heb ik er mijn ernstige twijfels bij of, met die hoeveelheid aan te trainen materiaal, er op enig gebied voldoende kunde zal ontstaan zodat een beoefenaar van die vechtkunst zich zal kunnen redden tegen een specialist uit één van de oude, incomplete kunsten.

Tenslotte
Ik heb in mijn carriëre tot nu toe flink wat vechtsport gelegenheden mogen bezoeken. Mijn ervaring is dat je in een Tae Kwon Do school echt niet aan hoeft te komen met een verzoek om eens in grondgevecht te mogen trainen. In een Brazilian Jui Jitsu school zie ik ze nog niet stoten en kicken en in een UFC-style MMA school zie ik ze nog geen wapens in hun training gebruiken. Het enorme voordeel van de cultuur binnen Kenpo Karate scholen vind ik nu juist dat sommige zaken weliswaar niet in het systeem zitten, maar wil je het trainen? Ga je gang, en deel met ons wat je ervan geleerd hebt.

6 Sparring Strategieën Geven de Ultieme Misleiding

door Dennis Nackord, vertaald door Marcel de Jong

Over de auteur: Dennis J. Nackord is een achtste graad zwarte band in Kenpo. Meer informatie over hem, en de mogelijkheid seminars van hem te boeken: http://www.nackordkarate.com

Dennis Nackord (rechts)

De beste vechtkunstenaars kennen de waarde van strategie. Zij weten dat soms hun beste techniek niet goed genoeg is. Ze weten dat op die momenten, strategieën die een effectieve voorbereiding, aflevering en timing bewerkstelligen, belangrijker zijn dan de uitvoering. Ze weten ook dat één van de meest efficiënte strategieën die van de schijnbeweging is.

De zes strategieën over schijnbewegingen die in dit artikel worden beschreven zullen van pas komen of ze nu in de ring worden toegepast of op straat. Ik zeg dat met zoveel zelfvertrouwen omdat ze de afgelopen veertig jaar zijn getest door Joe Lewis, mijn instructeur en trainingspartner sinds 1967, en mijzelf.

We zijn begonnen deze strategieën te gebruiken voor en tijdens de heerschappij van ons West Coast National Fighting Team in de late jaren 60 en vroege jaren 70 van de vorige eeuw, en we hebben ze sindsdien altijd gebruikt en onderwezen. Ik heb die strategieën zeker niet uitgevonden, maar ik heb ze wel gerubriceerd en opgetekend in een bruikbare vorm.

De zes strategieën hebben bijgedragen aan het zelfvertrouwen van vele vechters en hebben hen tot nationale en wereldtitels opgestuwd. Ze zijn zo universeel toepasbaar dat ze kunnen worden gebruikt in elke sport, competitie of gewapend conflict. In dit artikel worden ze echter bediscussieerd in relatie tot ongewapend sparren.

Bij het sparren, verwijst misleiding naar het vermogen om door middel van schijnbewegingen de tegenstander op het verkeerde been te zetten en dat is vaak de sleutel tot de overwinning. Vast te stellen welke misleidende techniek de juiste is voor de specifieke tegenstander die tegenover je staat kan echter een uitdaging zijn. De sleutel voor succes heeft te maken met “prikken”.

Iedere tegenstander heeft de neiging om zich op een bepaalde manier te gedragen. Hij heeft favoriete bewegingen die tezamen zijn persoonlijke stijl vormen. Sommige tegenstanders stormen naar voren, anderen wachten af, sommigen trappen graag, anderen stoten en sommigen gebruiken nog weer andere methoden. Prikken leert je om verschillende schijnbewegingen uit te proberen om erachter te komen wat de voorkeur van je tegenstander is. (Schijnbewegingen betekenen dat een wapen wordt ingezet zonder dat je lichaamsgewicht erachter zit.) Als je de ring in stapt met een tegenstander die je niet kent, prik dan om te ontdekken wat hij doet, en kies dan de strategie die bij zijn stijl past.

Drie elementen

Voordat we een grondige discussie aangaan over misleidingsstrategieën, is het essentieel dat we het belang van perceptie bekijken. Gelooft de tegenstander dat wat hij ziet, ook echt gebeurt? Als ‘ie dat doet, zal hij altijd reageren. Sommige tegenstander reageren correct, zodat ze hun kwetsbaarheid minimaliseren, maar de meesten maken fouten als ze reageren.

Wil en schijnbeweging geloofwaardig zijn, dan moeten drie elementen op de juiste manier worden gebruikt. De eerste is afstand. Je moet dicht genoeg bij je tegenstander zijn om hem werkelijk te raken als de schijnbeweging een echte aanval was. Een veel gemaakte fout is het maken van een schijnbeweging van een te grote afstand. Om te werken, moet het vanaf een realistische afstand zijn. Het tweede element is de hoek. Om je tegenstander te bedreigen, moet de schijnbeweging op de zelfde lijn bewegen als de echte aanval. Een andere veelgemaakte fout is dat studenten gewoon hun hand in de lucht gooien of met hun voet op de grond stampen. Aangezien de schijnbeweging niet op de lijn van een aanval beweegt, wordt er normaalgesproken niet op gereageerd door de tegenstander. Om te werken, moet de hoek realistisch zijn.

Het derde element is intensiteit. Een schijnbeweging moet een realistische snelheid, intensie, en emotionele substantie hebben. Je moet de schijnbeweging uitvoeren alsof je werkelijk van plan bent je tegenstander te gaan slaan. Vechters maken vaak de fout een passieve schijnbeweging te maken, gevolgd door een agressieve aanval. Als de tegenstander niet heeft gereageerd op de schijnbeweging blijf je zo zeer kwetsbaar over. Om te kunnen werken, moet een realistische intensiteit gebruikt worden.

Timing Is Alles

Om effectief te kunnen zijn, moet een schijnbeweging worden gedaan in ongeveer de helft van de tijd die nodig is voor een echte aanval. Bekend als “bewegen op de halve tel”, geeft het je de mogelijkheid het ritme van de tegenstander te verstoren. Echter, als het gat tussen schijnbeweging en aanval te groot wordt, kan ‘ie worden geblokkeerd of gecounterd.

Strategieën voor aanvallende vechters

Op enig moment tijdens een wedstrijd val je in één van de twee typen: aanvallende of afwachtende vechter. Natuurlijk, je kunt tijdens de wedstrijd schakelen tussen de verschillende typen of ze zelfs in elkaar verweven, maar in dit artikel beschouwen we ze afzonderlijk. Als je een aanvallende vechter bent, zou je nooit een sterke positie moeten aanvallen. Je zou eerst de positie van de tegenstander moeten verzwakken met een schijnbeweging waardoor hij hapert in zijn beweging. Daardoor zal een opening ontstaan en de twijfel zal je in de gelegenheid stellen te scoren. Onthoudt dat als je wilt scoren, je je tegenstander aan het twijfelen moet maken.

Indirecte hoek aanval

Deze strategie wordt gebruikt tegen iemand die blijft staan en blokkeert. Het betreft een schijnbeweging aangaande de hoek.

Voorbeeld: Beweeg binnen het bereik van de tegenstander met een lage schijnbeweging, en vervolg met een hoge aanval. Dit kan natuurlijk ook worden omgekeerd met een hoge schijnbeweging en een lag aanval. Deze twee voorbeelden zijn de twee meest voorkomende indirect hoek aanvallen.

Gebroken ritme aanval

Deze strategie wordt gebruikt tegen een zogenaamde counter vechter. Dat betekent dat ieder keer dat je een aanval probeert, hij reageert met een tegenaanval. Je moet zijn tegenaanval uitlokken en hem dan slaan terwijl hij zijn wapen terugtrekt van de mislukte counter.

Voorbeeld: Je hebt ontdekt dat je tegenstander zal gaan reageren met een counter stoot. Je beweegt dan met een schijnbeweging binnen zijn bereik, en direct ook weer buiten bereik terwijl hij zijn counter stoot uitvoert. Deze actie zorgt ervoor dat zijn counter stoot zal missen en jij kunt aanvallen terwijl hij uit positie staat.

Immobilisatie aanval

Deze strategie wordt gebruikt tegen een renner of iemand die nooit stil blijft staan. Dit is de meeste geavanceerde van de drie aanvallende strategieën. Er zijn vele manieren om te voorkomen dat een tegenstander van je wegloopt. Eén manier is door je richting om te draaien en van hem weg te lopen, waardoor je hem als het ware meetrekt. Of je kunt hem immobiliseren door het vast te pakken of zijn been vast te zetten met een check of een beenveeg. Om succesvol te kunnen zijn, moeten immobilisatie aanvallen beschikken over de juiste afstand, hoek en intentie.

Voorbeeld: Spring richting je tegenstander, grijp zijn mouw vast en trek hem uit balans. Counter-stoot hem op het lichaam.

Strategieën voor afwachtende vechters

Als je een afwachtende vechter bent, wil je dat je tegenstander jou aanvalt. Door bepaalde doelen kwetsbaar te laten lijken, moedig je hem aan dat doel aan te vallen. Deze aanpak kan zijn positie verzwakken doordat je al weet waar hij gaat aanvallen. Een bedreven counter vechter kan zijn tegenstander een bepaald doel met een bepaald wapen op een bepaald moment laten aanvallen. Vergeet echter niet dat als je dan wordt aangevallen, je er nog wel voor moet zorgen dat het mis zal zijn.

Verander de richting

Deze strategie richt zich op het veranderen van de richting van de kracht van de tegenstander. Je kunt dit bereiken door zijn wapen van de lijn van de aanval af te brengen door middel van een parering, of door zelf uit de lijn van de aanval te gaan. Meestal wordt een combinatie van die twee tactieken gebruikt.

Voorbeeld: Je lokt de tegenstander naar een aanval met zijn voorste hand. Je ontwijkt die door uit de lijn van de aanval te stappen en countert met een aanval naar het lichaam.

Onderbreken

Deze aanval onderbreekt de energie van de tegenstander door een grotere hoeveelheid energie direct tegenin te brengen door gebruik te maken van een zogenaamde stop-stoot.

Voorbeeld: De tegenstander wil een doorgestapte tegengestelde stoot geven. Als zijn achterste voet naar voren komt, geef je een defensieve backkick om zijn voorwaartse beweging te stoppen. Je bent in de lijn van de aanval gestapt.

Absorberen

Deze strategie behelst het absorberen van de energie van de tegenstander. Je kunt dat doen door een niet-vitaal deel van je lichaam als schild te gebruiken.

Voorbeeld: Je beweegt dat schild net genoeg naar achteren dat de trap van de tegenstander net je afschermende arm raakt. Je countert vervolgens met een spinning backfist. Je bent naar achteren gestapt op de lijn van de aanval.

Toepassing

De zes vecht strategieën die hierboven beschreven worden zijn gereedschappen die je kunt gebruiken om een bedreven tegenstander te overwinnen. Doordat ze je in staat stellen om succesvolle keuzes te maken tegenover diverse verschillende typen vechters zullen ze je zelfvertrouwen vergroten in de dojo, maar ook daarbuiten.

Het gebruik of juist niet-gebruik van schijnbewegingen is een effectieve sparring strategie, maar dat betekent niet dat je die altijd moet gebruiken. Als je meer ervaren, sneller en sterker bent dan je tegenstander, kun je mogelijk volstaan met een gedecideerde en directe aanval. Maar als zijn vaardigheid de jouwe benadert, kun je schijnbewegingen gebruiken om een opening te forceren.

Straatvechten? De Mythe ontmaskerd

door Joe Lewis, vertaald door Marcel de Jong

Joe Lewis (rechts)

Mensen die in vechtsporten trainen zijn jarenlang geconditioneerd om de verkeerde vragen te stellen. De klassieke misleidende vraag is: ”Welke vechtkunst is de beste?” De echte vraag zou moeten zijn: “Waarom heb ik een vechtkunst nodig?” Vechtkunst is als afvallen, de belangrijkste vraag is niet “Wat eet ik?” maar “Waarom eet ik?”. Als er geen toegang tot feiten is en we laten na om onbewezen stellingen te onderzoeken, ontstaan mythen.

De vechtkunst wordt overspoeld door mythen. Er zijn studenten die geloven dat als ze zich kunnen voordoen of vechten als een slang, een bidsprinkhaan of zelfs een aap, dat ze daardoor dan direct superioriteit verwerven. Deze geaccepteerde manier van doen is even onzinnig als de mythe dat alle studenten in een vechtkunstklas alle technieken exact het zelfde moeten uitvoeren. Maar korte mensen kunnen vechten alsof ze lang zijn, kleine mensen niet alsof ze groot zijn, en langzame mensen kunnen zich niet voordoen als iemand die genetisch sneller is. Kleine mensen wordt zelfs geleerd om hun oefeningen te doen terwijl ze recht voor een veel grotere tegenstander staan. Als je kort bent of anderszins klein, moet je leren vechten als een kort of klein persoon. In het dierenrijk zien we geen slangen die vechten alsof ze vogels zijn, en geen tijgers die als vlinders vechten. Mensen hebben vele technische uitdagingen te overwinnen zonder dat ze leren te vechten als een soort vogel, insect of andere diersoort. Leren vechten als een mens is al moeilijk genoeg.

Uit deze oneindige chaos van onbewezen onzin komt een ander onaantastbaar fenomeen voort: de “straatvechter”. Professionele vechters en vechtkunstleraren worden vaak lastig gevallen door deze marginale groep van mensen die niet de volharding en de wil hebben om in het openbaar te trainen, of het zelfvertrouwen om de competitie aan te gaan. Deze figuren beweren onophoudelijk dat ze echte vechters zijn, beter dan degenen die in de ring vechten. Anders dan echte vechters echter, pretenderen zij immuun te zijn voor beoordeling. Hun zelf-uitgeroepen titels klinken als “dodelijkste mens in leven” en “koning van de straatvechters”.

Vechters vechten net als hardlopers rennen. Beiden zijn ze dol op competitie. Een administratie van gewonnen en verloren wedstrijden wordt bijgehouden inclusief data, locaties en tegenstanders. Een klein deel van deze ambitieuze individuen behoort tot de professionele wereld-klasse, vechters genaamd. Deze status moet je verdienen, en niet over jezelf uitroepen.

De enige administratie die over straatvechters wordt bijgehouden bevindt zich op het politiebureau. De ervaren politiemensen waarmee ik samenwerkte beschrijven hun vele “ontmoetingen” met straatvechters, voor het grootste deel, als niet meer dan een grap. Deze agenten melden dat er uiteindelijk niet veel meer dan een grote mond overblijft.

Het woord “straatvechter” heeft me altijd gestoord. Het doet me denken aan de term “killer instinct”. Er bestaat niets als een killer instinct. Journalisten bedachten de term om de bokser Jack Dempsey te beschrijven. “Straatvechter” is een woord in het woordenboek; echter nu, op mijn 57 e , heb ik vele gevechten gezien, maar tot op de dag van vandaag, nog nooit één op straat. Ik denk dat die zogenaamde straatvechters gezien moet worden als een stuk tuig, terrorist of onvolwassen jongetje die vaak degene is die gevechten veroorzaakt. Meest van de tijd bestaan hun prestaties uit het slaan van wat dronkaards, een paar kinderen en mogelijk zelfs een paar arme zwervers. Deze figuren respecteren geweld. Als kinderen worden blootgesteld aan volwassenen die geweld gebruiken, zoals een ouder die zijn kind slaat, absorberen ze twee signalen. Ten eerste dat volwassenen geweld stilzwijgend goedkeuren en ten tweede dat volwassenen geweld gebruiken om problemen op te lossen. Dit is waar wereldoorlogen mee beginnen. Als je trots bent jezelf een straatvechter te noemen, hoop ik, samen met onze kinderen, dat je nooit bij me in de buurt zult komen wonen.

Twee dingen aan de straatvechter amuseren me. Welk doel wordt er precies gediend met het gebruik om het gezonde verstand uit te schakelen en jezelf de titel “straatvechter” toe te kennen, om vervolgens met hetzelfde enthousiasme te beweren dat straatvechter een hogere status hebben en te claimen dat ringvechters niet kunnen straatvechten. Welke belangrijke tekortkomingen zien we als we beweren dat professionele vechters in de straat hulpeloos zouden zijn, kijkend naar mensen als Mike Tyson of Frank Shamrock en anderen? Er zijn er die beweren dat ringvechten niet praktisch is, of onecht. Maar wat is er precies onecht of minder dodelijk aan een trap, een knie of een stoot die een tegenstander in de ring kan uitschakelen en soms zelfs doden? En wat dacht ja van een verwurging of een klem, die ook kan doden of een tegenstander in acute hulpeloze toestand kan brengen.

Van fysieke kracht tot mentale gehardheid is er geen aanwijsbare eigenschap van straatvechters die een ringvechter niet ook kan hebben. Soms zijn de technieken anders. Als je bijvoorbeeld naar de geschiedenis van het boksen kijkt, zul je zien dat in de tijd van de blote vuisten de boksers hun handpalmen naar boven hielden. Als ze hun vuisten met de palmen naar beneden zouden hebben ingedraaid, zoals tegenwoordig vechters met handschoenen aangeleerd wordt, zouden ze hun vuisten kapot geslagen hebben. Ook kan de bedoeling van een techniek variëren. Ik kan je slaan zonder je pijn te doen, ik kan je mishandelen en straffen, ik kan je martelen, doden of zelfs begraven. Ieder van die toenemende intenties geven gradaties van effect. Soms kan een agressieveling met een wapen aankomen of met anderen om hem te helpen, maar deze factoren maken straatvechters niet beter. Het creëert alleen een what-if scenario. Wat als de ringvechter zijn pistool trekt….

Neem 10 professionele top-vechters (K-1, UFC, Pride enz.) en plaats ze in een straatomgeving. De meeste rationele experts zouden de uitkomst in het voordeel van de professionals verwachten. Als je daarentegen de straatvechter in de ring zet, zullen er weinig zijn die een stuiver geven voor zijn kansen.

Straatvechten heeft zijn verdienste, maar is het niets meer dan een truukje of een toevalstreffer? Mijn oudere broer had een stevige reputatie in zijn tijd. Op een avond ging hij naast een vrouw zitten die alleen in een nachtclub zat. Even later kwam de woedende vriend van de vrouw eraan, en die daagde mijn broer uit mee naar buiten te komen. Mijn broer stond op met zijn bier nog in zijn hand en zei: “Is goed, laat me even mijn bier opdrinken”. Toen hij de fles aan zijn mond zette, liet hij deze plotseling vallen en overrompelde hij de man door hem te slaan met de vuist waarin zich zojuist nog de fles bevond. Tijdens mijn jonge jaren leerde mijn broer me veel over dit soort situaties. De situatie van mijn broer illustreert de oudst bekende tactiek van de verrassingsaanval.

Alleen door het woord “straat” voor het woord “vechten” te zetten, wordt je niet ineens multifunctioneel. Het woord heeft geen magische kracht en het betekent dan ook niet dat een ongetrainde vechter ineens 10 of 12 gruwelijke ronden lang tientallen op wereldniveau uitgevoerde stoten, trappen en worsteltechnieken kan weerstaan. Ook kan de straatvechter niet de professionele snelheid, kracht en accuratesse opbrengen zonder jarenlang te trainen met stugge trainingspartners en slimme trainers. Noch kun je verwachten altijd te winnen met het oog op vermoeidheid, druk of fysieke pijn zonder dat je kunt bogen op een jarenlange carrière waarin je hebt laten zien altijd gefocust te kunnen blijven op de interne overtuiging nooit op te geven. Dit is een aantal van de eigenschappen die echte vechters opdoen in hun jarenlange training en toewijding. Deze eigenschappen kunnen alleen worden ontwikkeld in echte scenario’s tegen goed voorbereide vechters van wereldklasse.

In het leger imiteren we ook het succes van legers die wonnen, niet dat van degenen die er alleen over praten. Mijn zwarte band vechters vergaren door te doen de mogelijkheid om 8, 10 of 12 ronden tegen een goed getrainde tegenstander te doorstaan, hem in de ogen te kijken en hem 5 dingen te laten weten. Eén, je kunt niet tegen mijn snelheid op; twee, je kunt niet tegen mijn kracht op; drie, je kunt me geen pijn doen; vier, ik word nooit moe en vijf, ik geef nooit op. Als je nog nooit oog in oog hebt gestaan met zo’n vechter terwijl hij goed geoefende stoten, trappen, ellebogen en knieën op je afvuurt met koelbloedige accuratesse en toewijding van wereldklasse, dan kun je niet met kennis van zaken of met overtuiging spreken, noch kun je enig idee hebben waar je het over hebt als het gaat over vechten.

Tenslotte kan ik je verzekeren dat er veel meer ringvechters zijn die wel eens in de straat hun vaardigheid hebben moeten testen, dan er straatvechters zijn die de ring in zijn gestapt. Als je 10 top ringvechters en 10 top straatvechters neemt, en je laat ze hun vaardigheden testen in elkaars arena, wie denk je dan dat een hoger winstpercentage zou hebben? De vaardigheid van een ringvechter zal altijd, zonder enige twijfel, beter voor hem werken dan een straatvechters vaardigheid hem ooit zou kunnen helpen in de ring.

Joe Lewis

Twee Nederlandse titels voor Katsudo Kenpo

Op zondag 31 januari was het weer tijd voor het NK Traditional van de Kempo Associatie. Op het NK traditional worden alleen vormen/kata’s gelopen, hoewel het wel de bedoeling is om hier in de toekomst (volgend jaar al) ook zelfverdediging aan toe te voegen.

Met een klein team van 4 deelnemers vertrokken we door de kou en de gladheid in alle vroegte naar Gouda om op tijd in de sporthal te arriveren.

Het toernooi begon met de jeugd, vooral de enorme vooruitgang die Jimmy Oosthuizen had gemaakt sinds het vorige toernooi opviel.

Bij de volwassenen zette Agaath een uitstekende Vorm 4 neer, die helaas niet door alle juryleden begrepen werd. Ondanks een drietal mooie hoge punten kreeg ze ook twee erg lage punten die maakten dat ze buiten de prijzen viel.

Ramona Bosman werd in haar divisie tweede, wat een prima voortzetting van de groei in de afgelopen jaren betekende.

In de zwarte band divisie mocht ik mij gelukkig prijzen door zowel in de ongewapende als de gewapende kata-divisie de eerste plaats te mogen bezetten, beide keren op zeer geringe afstand gevolgd door Has van de Poel, net als vorig jaar.

Het was in ieder geval weer een mooi evenement, goed georganiseerd en met een prima resultaat.

Jeugd-examens op 21 januari 2010

Op maandag 21 januari werden bij Katsudo Kenpo band-examens voor de jeugd afgenomen onder grote belangstelling van de aanwezige ouders. Zie hieronder een fotoverslag van dit examen waar Tiara, Sabrina, Sanjaya en Damian hun gele band haalden en Michael Ray zijn oranje band.

De nieuwe emblemen zijn binnen!!

De nieuwe emblemen waar we vorige week melding van maakten, zijn inmiddels uit Pakistan binnengekomen.

Ze kunnen voor €5,00 worden gekocht bij Agaath of Marcel.

Het embleem vormt geen verplicht onderdeel van ons pak, dus hoeft niet gedragen te worden. Wie dat wil, mag het wel op het pak dragen, op de rechter mouw.

Daarnaast kan het gebruikt worden op je tas, jas, T-shirt of sweater.

Nieuwe emblemen zijn onderweg

De nieuwe emblemen zijn besteld in Pakistan, en van onze leverancier kregen we alvast een voorbeeldje toegezonden:

Deze emblemen zullen worden gebruikt op nieuwe t-shirts en verder kun je ze gebruiken op je tas, je trainingsjack of op ieder ander voorwerp dat je kunt bedenken.

De emblemen op het kenpo-pak blijven gewoon zoals ze waren. We willen zeker vasthouden aan de Parker-crest zoals we die kennen, en dit embleem erbij zou teveel een kerstboom worden.

We gaan nog wel uitzoeken wat mogelijkheden en kosten zijn om het nieuwe embleem (maar dan groter) op de rug van een pak te laten borduren, bijvoorbeeld voor wedstrijden en/of demonstraties.

Zodra de emblemen en de nieuwe shirts verkrijgbaar zijn, melden we ons weer op deze plaats.

Binqy.com sponsort Katsudo Kenpo

Binqy.com, de meest geavanceerde fotoboeken software van dit moment, sponsort je favoriete Kenpo school: Katsudo Kenpo.

Als je bij Binqy een fotoboek, een afdruk op canvas, of één van de vele andere fotoproducten besteld, en je vult bij je bestelling de kortingscode Katsudo in, krijg jij 15% korting op je bestelling, en ontvangt Katsudo Kenpo een deel van de opbrengst, waarmee we weer nieuwe materialen kunnen aanschaffen.

Dus begin 2010 goed en probeer het uit!!!

Nieuw (verbeterd) logo voor Katsudo Kenpo

We zijn er trots op ons nieuwe logo te presenteren aan de vooravond van 2010.

Het logo, waarvan de zwart-wit versie ook al door Ernst Blikslager van Kamau Kenpo werd ontworpen, is nu door Ernst van kleuren voorzien.

We hopen al in het eerste kwartaal van 2010 nieuwe producten van dit schitterende beeldmerk te kunnen gaan voorzien.

Complimenten aan Ernst voor zijn werk, ik zou het iedereen aanbevelen die een nieuwe stijl voor zijn of haar club wil!!!

Seminar Jeff Speakman 12 december 2009

Op zaterdag 12 december 2009 deed een afvaardiging van Katsudo Kenpo mee aan het seminar dat gegeven werd door Jeff Speakman in Nieuwegein. Gedurende 4 uur werden we onderwezen in de aanpassingen aan het originele Parker-systeem die door Jeff Speakman zijn aangebracht in zijn Kenpo 5.0 systeem. Met dank aan Team U.L.T.I.M.A.T.E. Kenpo voor de organisatie!!