Categoriearchief: Artikelen

Je stand is je eerste techniek

door Mike Vassolo, vertaald door Marcel de Jong, oorspronkelijk gepubliceerd in 1996

Ik ben altijd verbaasd als vechtsporters van ieder niveau zo weinig aandacht besteden aan de beheersing van hun basis gevechtsstanden. Ze besteden uren aan het drillen van hun blokkeringen, stoten en trappen, maar ze beginnen te gapen als ze alleen al denken aan het besteden van een zelfde hoeveelheid tijd aan het analyseren en oefenen van hun standen.

Misschien geloven ze dat ze met de flitsende cominaties die ze beheersen al meesters zijn over hun standen. Maar dat is een gevaarlijke aanname, omdat je vaardigheid in je standen waarschijnlijk pas echt getest wordt als je wordt aangevallen in het echte leven. Dan is het overal te laat voor, behalve voor spijt.

Als je denkt dat ik het belang van perfecte standen overdrijf, stel je dan eens voor terug te slaan bij een aanvaller terwijl je lichaam wiebelt en op en neer gaat. Het resutaat zou hooguit matig zijn, omdat als je geen solide platform hebt om vanaf te vuren, zul je ook geen krachtige wapens hebben om jezelf mee te verdedigen. (Dat is waarom vegen zo effectief zijn bij het verstoren van een aanvaller. Je kunt immers niet vechten als je aan het vallen bent.)

Als je wordt aangevallen, moet je dus automatisch een goede gevechtsstand aannemen, of je kunt niet eens beginnen met een effectieve tegenaanval. Dat is waarom je stand de eerste en belangrijkste techniek is in zelfverdediging.

Natuurlijk is er veel meer over stande te vertellen dan alleen hoe en waar je je voeten neerzet. Alle goede standen moeten stabiel zijn, vloeiend, flexibel en bruikbaar in verschillende situaties. Een stabiele stand stelt je in staat om een aanval af te wenden om daarna terug te komen met een tegenaanval van solide blokkeringen stoten en trappen. Een vloeiende stand laat je snel bewegen, behendig zijn en geeft balans in alle richtingen. Flexibiliteit laat je snel wisselen van de ene stand in de andere met balans en controle. Een stand die in veel situaties bruikbaar is geeft je de mogelijkheid om met kracht je hardste wapen af te leveren vanaf beide zijden van je lichaam, zonder te vroeg te laten zien wat je gaat doen.

Omdat de beste basis, als een fundering, eenvoudig is, hoef je maar een handjevol standen te beheersen die effectief zijn gebleken in reële situaties. De twee belangrijkste standen zijn de paardstand en de neutrale boogstand. In de praaktijk kun je een krachtige en vaardige vechter worden als je de tijd neemt om die twee basistanden je eigen te maken.

Het perfectioneren van de overgang van paardstand naar neutrale boog en terug zal je veel leren over de manier waarop je kracht kunt overbrengen op een manier die je innerlijke kracht eruit laat komen. Je zult dan met je hele lichaamsgewicht slaan in plaats van alleen met je hand, voet, elleboog of knie. Natuurlijk zijn er veel meer standen die je wilt beheersen om je mogelijkheden in het gevecht uit te breiden. Ik heb ondervonden dat de kraanvogelstand, de katstand, de twiststance en de reverse bow allemaal zeer bruikbaar zijn onder bepaalde omstandigheden.

Tenslotte moet je vooral onthouden dat als je niet genoeg aandacht besteed aan het perfectioneren van je standen, je nooit de vechter zult worden die je had kunnen zijn, ongeacht hoe goed je nu al bent. Dat is waarom je stand je eerste techniek is, niet alleen als je een beginner bent, maar ook als je een geoefend vechter bent. Dus van nu af aan, werk je aan je standen tot ze net zo vol van vechtlust als al je andere technieken zijn.

Angst, een artikel van Maurice Gomez Sr.


Het kan de best getrainde vechtsporter veranderen in een rubberen trillende en toch bevroren persoon die niet meer kan reageren. Het maakt hem of haar kwetsbaar. Dat is angst met een hoofdletter “A”.

En dan heb ik het niet over de soort angst die je voelt in de dojo of de spanning van een wedstrijd of demonstratie. Het gaat over de diep gewortelde angst – het gevoel van een echte aanval – als je vreest voor je leven.

Het kan je volledig buiten gevecht stellen. Je benen trillen, je hart bonkt, je zweet, je wilt wegrennen maar je kunt niet bewegen en weet niet wat te doen. Je ziet het gevaar en de aanval, maar je reageert niet effectief.

Een paar jaar geleden kende ik een man die leerling EN instructeur was bij een karateschool hier in Zuid-California. Ik zal de naam van de school niet noemen. In ieder geval was hij best goed. Hij was trots op zichzelf om zijn prijzenkast vol met glimmende trofeeën. Hij dacht die hij helemaal de man was, wat te zien was aan de manier waarop hij praatte en zich presenteerde.

Op een dag zag ik hem lopen en zag ik dat hij er nogal gehavend bij liep. “Wat is er met jou gebeurd?” vroeg ik hem. Hij wilde er op dat moment niet op ingaan. Een paar weken later kwam ik hem weer tegen en deze keer biechtte hij het op. Hij was aangevallen door twee mannen die op zijn geld uit waren. “Ik stond daar maar. Ze sloegen me en nemen mijn portefeuille mee. Ik deed helemaal niets.”Hij schaamde zich daar diep voor.

Zijn vechtsporttraining had hem in de steek gelaten, omdat deze incompleet was geweest. Hij had niet geleerd om zijn angst te gebruiken en zijn reactie in zijn voordeel te benutten. In plaats daarvan waren angst en spanning zijn vijanden geworden. Hij had getraind in techniek maar had nooit getraind hoe om te gaan met emoties en de lichamelijke reacties die hem nu overvielen. Hij staat daar zeker niet alleen in, in tegendeel, het is een zeer onwenselijke beperking in de meest vechtsporttrainingen.

Als je wilt dat je training betrouwbaar is, is het essentieel om ook te leren omgaan met angst. Er zijn er die zeggen dat het de belangrijkste factor is bij het reageren op een aanval of zelfverdedigingssituatie. (Als je alleen maar traint om in vorm te raken, vrienden te ontmoeten of om discipline op te bouwen is dit uiteraard veel minder belangrijk).

Angst en spanning zijn natuurlijke reacties op gevaar. Ze vormen het overlevingsmechanisme van het menselijk lichaam. Maar, als je dat mechanisme niet begrijpt, en niet leert wat je moet verwachten en hoe ermee om te gaan, dan kan dat mechanisme te overvallen en verlammen.

In intense bedreigende situaties reageert het lichaam door de hartslag en de ademhaling te laten stijgen. De bloedbaan wordt overspoeld met adrenaline. Er gaat minder bloed naar de uiteinden van de ledematen en meer naar de grote spiergroepen. Lichaamsfuncties die niet essentieel zijn voor overleving, zoals de spijsvertering, worden op een laag pitje gezet.

Bij geringe spanning en angst voelt het alsof het lichaam extra kracht krijgt om te reageren. De zintuigen staan op scherp en nemen beter waar. Je kunt beter rennen, springen en horen. Je reactiesnelheid is toegenomen omdat je lichaam in de actie-modus staat.

Bij een gemiddeld tot hoog stress- en angst niveau, beginnen je benen vaak te trillen. Sommige mensen ondervinden misselijkheid en er ontstaat tunnelvisie. Ook het gehoor kan eronder lijden. Voor velen lijkt de omgeving in slow-motion te bewegen terwijl de angst door hun lichaam stroomt. Ze willen het liefst wegrennen maar dat lukt niet. Er is besluiteloosheid.

Sommige mensen verstijven op dat moment. Ze kunnen de dreiging en de reactiemogelijkheden niet effectief verwerken. Sommigen reageren irrationeel, raken gedesoriënteerd en kunnen fysiek niet goed reageren omdat hun vaardigheden uitvallen (met name de fijne motoriek). Bij extreme spanningsniveaus kan zelfs de grovere motoriek falen, zoals die nodig is om techniek combinaties uit te voeren.

De politie heeft onderzocht hoe agenten reageren op extreme spanning en angst. Daarbij is ontdekt dat de reacties sterk uiteenlopen – van totaal irrationeel handelen (in een geval gooide een agent zijn pistool naar de aanvaller, draaide zich om en rende weg) tot totale controle en balans, zelf met meerdere schotwonden.

Deze zelfde onderzoeken wezen uit dat de mogelijkheid om optimaal te reageren ontstaat door juiste training: het oefenen van en trainen in de juiste methoden om met een veelheid aan dreigende situaties om te gaan zodat je niet door de situatie verast wordt. Net zoals vechtsporttraining de leerlingen zou moeten bijbrengen hoe met adrenaline en met spanning door angst moet worden omgegaan door drills en realistische oefeningen in zelfverdediging.

Maar hoe moet dat dan? Op een basaal niveau kunnen sparringsoefeningen, competitie, demonstraties en examens leerlingen introduceren in het omgaan met emoties en reacties en hen leren wat te verwachten onder lage tot middelmatige spanning en angst. Dat is waarom deelname aan wedstrijden belangrijk kan zijn voor leerlingen (die uit zich zelf vaak liever niet meedoen). Ze leren van en worden gedwongen om te gaan met hun reacties op spanning en angst. Maar, dit is slechts basale training.

Wat er vaak op het spel staat in deze situaties is het ego, de angst om af te gaan of te verliezen. De kans dat je werkelijk gewond raakt in een dergelijke situatie in minimaal. Full contact sparren is spannender, maar nog steeds zijn de consequenties beperkt tot verliezen en mogelijk een lichte blessure. Je leven op het spel zetten is iets heel anders.

Zelfs full contact vechten kan als gevolg hebben dat je niet meer adequaat kunt reageren. Ik weet dat omdat ik het zelf heb meegemaakt.

Vele jaren geleden terwijl ik onder een bekende Kenpo-leraar studeerde, bezeerde ik me vrijwel dagelijks bij het sparren. De anticipatie op de pijn beïnvloedde mijn reacties. Iedere dag dat ik bang was voor het gevecht, werd ik neergeslagen en vaak behoorlijk geblesseerd. (Ik moest vier keer naar een ziekenhuis in de eerste maanden van mijn training).

Tot ik op een dag met een vriend over de situaties sprak. Hij zei: “Als je bang bent voor het mes, dan sterf je door het mes.” Hij vertelde dat je het punt moet bereiken waar je het gevaar negeert. Voor mij was dagelijkse meditatie de oplossing. Toen ik eindelijk kon accepteren dat ik me zou bezeren, kon ik er kalm onder blijven en werden de effecten van mijn angst minder. Ik reageerde beter en plotseling werd ik niet meer verslagen.

Hij herinnerde me er ook aan dat ik niet echt in gevaar was, althans niet in levensgevaar. Een paar weken na ons eerste gesprek hadden we het er nog eens over. We spraken weer over mijn angst en de verschillende oplossingen daarvoor. Hij zei dat hij zijn punt over werkelijk gevaar nog eens wilde benadrukken.

“Ik zal je eens iets laten zien” zei hij, “en wat je ook doet, beweeg niet! Niet bewegen, OK?” We zaten in zijn kamer te praten en hij pakte iets uit een kastje in zijn bureau. In zijn hand zag ik een kort mes in een schede. “Niet bewegen, en in godsnaam hou je handen naar beneden, hou je riem maar vast.” Ik bevroor terwijl zijn hand als een zweepslag naar me toe kwam. Ik voelde de luchtstroming van het mes dat vlijmscherp vlak langs mijn hoofd scheerde.

“Dat is angst!” zei hij, en ik wist dat het waar was.

Ik was me er zeer van bewust dat als het mes maar iets uit z’n baan zou zijn geraakt ik dood zou zijn geweest of op zijn minst zwaar gewond. Mijn haren rezen te berge. Van heel diep uit mijn ziel voelde ik een ijskoude rilling van angst omhoog exploderen. Ik voelde me zeer geconcentreerd en super alert – veroorzaakt door de ervaring, maar mijn ledematen trilden en ik had er geen controle meer over. (Opmerking: Deze stunt had nooit uitgevoerd mogen worden. Het was buitengewoon roekeloos, zelfs voor mijn vriend die een expert was in mesvechten).

“Dat is het emotionele verschil tussen een gevecht in de sportschool en levensgevaar” zei hij. Ik begreep hem. Dat is waarom oefengevechten, zelfs als het full contact is, mogelijk onvoldoende mentale training biedt.

Leerlingen die geïnteresseerd zijn in realistische zelfverdediging zouden ook moeten oefenen hoe ze omgaan met krachtige aanvallen en meervoudige confrontaties – oefen situaties waarin ze met kracht en zonder beperkingen moeten reageren. Dat kan worden gedaan door de aanvallers beschermende kleding aan te trekken en werkelijk krachtig aan te vallen. Ik weet dat dit lastig is omdat we niet allemaal beschikken over de juiste beschermende kleding. Als je stoer genoeg bent zouden handschoenen, voetbeschermers, helm, bitje enz. enz. moeten voldoen.

Een andere methode is mental: gebruik je vormen (kata) voor die training. Maar dan moet je je vormen wel echt maken en bestaan uit realistisch bewegingen (wat soms lastig is). Richard Kim (een bekende karateleraar, historicus en schrijver) was een voorstander van het gebruiken van angstige ervaringen uit het verleden en het ophalen van nieuwe beelden (zoals werkelijk een aanvaller voor je zien) en gevoelens van dreiging en angst om angst reacties bij jezelf op te wekken en te leren ermee om te gaan.

Op deze manier, vertelde Kim vaak, kunnen vormen worden gebruikt om een verbinding te scheppen met de geest en intentie van de oude Japanse krijgskunst. Door je vormen op deze manier te gebruiken, kun je zelfverdediging ervaren en oefenen met echte (hoewel zelfopgelegde) spanning en angst.

Er zijn echter ook andere methoden. Er zijn natuurlijk mensen die de straat opgaan op zoek naar een gevecht om zichzelf te testen (wat ik niet iedereen aan zou raden). Anderen gaan boksen (wat ik zelf heb gedaan), kickboksen, werken als uitsmijter of werken bij de politie of het leger. Een andere mogelijkheid is acteren of spreken in het openbaar (omdat dit ook angst kan veroorzaken die moet worden overwonnen).

Het is belangrijk om mentale training te ondergaan op de meest realistische, spannende training die maar mogelijk is. Zonder dat, zou alle fysieke vaardigheid en techniek die je hebt geleerd je wel eens in de steek kunnen laten op het moment dat je het nodig hebt.

Door training en conditionering kun je de signalen leren herkennen en de adrenaline en angst reactie gebruiken om je vaardigheid te verhogen. Als je eenmaal emotioneel en mentaal geconditioneerd bent om op fysieke confrontaties te reageren, zul je in staat zijn om beter te reageren. Je lichaam zal zijn getraind in die reactie en zal worden versterkt en versneld door de adrenaline die door je aderen stroomt.
Angst was ooit je vijand, maar kan zo je bondgenoot worden.

Sincerely,

Mr. Maurice A. Gomez Sr.
American Kenpo Karate 2nd Degree Black Belt
USA- Head Instructor
www.maxdojo.com/

Vertaald door: Marcel de Jong, hoofdinstructeur Katsudo Kenpo

Strategie in sparring

door Joe Lewis, vertaald door Jeroen Hoevenaar

Het Kenpo Karate bestaat uit verschillende onderdelen. Een van deze onderdelen is het sparren. Bij sparren vecht men onder bepaalde regels met een tegenstander. Om te winnen zijn een aantal zaken van belang. Snelheid, techniek, kracht, uithoudingsvermogen zijn een aantal voorbeelden hiervan. Wat ook erg belangrijk is, is tactiek. Welke strategie gaat men volgen? Hoe kan ik mijn tegenstander te slim af zijn? Hier volgen een aantal manieren om je tegenstander te slim af te zijn.

Een goede manier om je tegenstander te slim af te zijn, is het gebruik van schijnaanvallen. Om een goede schijnaanval te maken, zijn er 3 elementen waaraan voldaan moet worden.

Drie elementen voor een schijnaanval:

• Afstand.

Men moet een realistische afstand houden. Als men op een schopafstand staat en een stoot geeft dan komt dat natuurlijk niet echt over. Wil je een schijnstoot geven, zorg dan dat je op stootafstand staat.

• Doel.

Zorg ervoor dat je een doel hebt waar de schijnaanval naar toe is gericht. Zomaar in de lucht slaan of schoppen komt ook niet echt over.

• Intensiteit.

Zorg ervoor dat de schijnaanval met voldoende snelheid en intensiteit gegeven wordt.

Kortom: Je tegenstander moet denken dat er een echte aanval komt. Hij moet dus geen verschil kunnen zien tussen een schijnaanval en een echte aanval.

Strategie voor de aanvallende vechter

Als je een aanvallende vechter (lead fighter) bent, zorg er dan voor dat je je tegenstander niet aanvalt als hij in een sterke positie staat. Verzwak de positie van je tegenstander met een schijnaanval en sla dan toe. Een

schijnaanval zorgt voor openingen in de dekking van de tegenstander en voor twijfel.

• Indirect Angular Attack

Deze strategie wordt gebruikt tegen een persoon die stevig staat en veel blokt.

Strategie : Geef een schijnaanval hoog en een echte aanval laag of geef een schijnaanval laag en een echte aanval hoog.

• Broken Rhythm Attack

Deze strategie wordt gebruikt tegen een persoon die een “counter fighter” is, d.w.z. een persoon die graag een aanval afwacht en dan toeslaat met een tegenaanval.

Strategie : Kom binnen het bereik van je tegenstander zodat hij een tegenaanval kan geven. Ontwijk deze aanval en als je tegenstander weer zijn positie inneemt (dus als hij zijn arm of been terugtrekt), maak je een aanval.

• Immobilisation Attack

Deze strategie wordt gebruikt tegen een persoon die contant beweegt en uit je buurt blijft.

Strategie : Beweeg je van je tegenstander af zodat hij naar je toe moet komen, waardoor je toe kunt slaan of immobiliseer je tegenstander door hem vast te pakken en uit balans te trekken en dan toe te slaan.

Strategie voor de verdedigende vechter

Als verdedigende vechter (counter fighter) wil je dat je tegenstander je aanvalt. Door een opeing in je dekking te maken, moedig je je tegenstander aan om daar gebruik van te maken. Je tegenstander zal het opengestelde deel van je lichaam dus proberen aan te vallen. Doordat je tegenstander aanvalt, komt hij in een zwakke positie te staan waardoor je kunt counteren. Zorg er wel voor dat als je wordt aangevallen dat je tegenstander je mist.

• Redirect Attack

Deze strategie concentreert zich vooral op het sturen van de energie van je tegenstander. Dat kun je bereiken door zijn “wapen” uit de lijn van de aanval te verplaatsen. Dat kun je doen door gebruik te maken van pareringen en door te “slippen”. In de meeste gevallen is het een combinatie van deze twee.

Strategie : Pareer de aanval en geef gelijk een counter voordat de aanval van je tegenstander afgemaakt is.

• Interrupt Attack

Deze strategie gaat uit van het stoppen van een aanval van je tegenstander. Men geeft meer energie in de tegengestelde richting dan de energie van je tegenstander.

Strategie : Zodra je tegenstander een aanval inzet, moet je deze als het ware stoppen door een counteraanval te doen. Het is dus van belang dat je je tegenstander kunt inschatten. Je moet als het ware weten wat zijn volgende stap zal zijn.

• Absorb Attack

Deze strategie draait om het absorberen van de energie van je tegenstander.

Strategie : Zorg dat je tegenstander een opening in je dekking kan vinden en laat hem deze aanvallen. Stap mee met de aanval en vang deze op. Zorg daarbij dat je niet vol geraakt wordt. Je tegenstander mag wel iets raken zodat hij het idee krijgt dat hij een goede aanval heeft geplaatst en verras hem dan met een counteraanval.

Vormentraining

door Richard Baarspul

Een vorm (of kata) is een serie van zelfverweersbewegingen, maar dan uitgevoerd in een oefenroutine. Vormen variëren in lengte, van slechts enkele bewegingen tot misschien wel honderd of meer bewegingen. Je kunt op vele manieren profiteren van deze manier van vechtkunst training. Je bent echter gewaarschuwd, wees nooit tevreden met slechts het onthouden van een bepaalde routine.

Misschien wel de beste manier om een goed gevoel te creeren voor de technieken in een gevechtssysteem, is het intensief beoefenen van zijn vormen. Je krijgt bij het trainen van de vormen een goede gelegenheid om je te concentreren op het juist uitvoeren van elke basistechniek. Maar ook op aspecten als, balans, houding en je standen of voetenwerk. Ontdek je bij jezelf zwakheden in deze vorm, dan wordt je gedwongen ze te corrigeren. Wordt je beter in je vormen dan zul je merken dat je ook sneller wordt, sterker en leniger zonder ook maar iets aan alternatieve krachtraining te doen (nu claim ik niet dat je nooit aan krachttraining zou hoeven doen, maar daar kom ik nog eens op terug).

Behalve de gelegenheid je manier van bewegen te verbeteren, is er ook een hoop kennis te halen in de vormen. Ze bevatten allemaal technieken die vaak terug te vinden zijn in het curriculum van je gevechtskunst.

Belangrijke vormen principes

Bij het trainen van een vorm zijn er enkele basisprincipes die je op weg moeten helpen bij het verbeteren van je vorm. Principes waarmee je je vorm meer inhoud en meer leven kan geven. Hier zijn enkele principes waar je mee aan het werken kan gaan.

Focus: Zorg ervoor dat je geconcentreerd blijft op wat je daadwerkelijk aan het doen bent met je vorm, maar wees je ook bewust van je omgeving en wat er om je heen gebeurt.

Ademhaling: Houd je ademhaling vloeiend, adem in tijdens een overgangspositie(maneuvre) en adem uit tijdens je uithaal of actieve actie.

Flow(vloeiend of ontspannend bewegen): Beweeg als een stroom water, pas je aan aan elk obstakel dat je tegenkomt. Ken je het verhaal van Bruce Lee dat hij ooit in een een aflevering van Longstreet vertelde? Beweeg vloeiend, wees als water. Als je water in een kopje doet krijgt het de vorm van het kopje, doe je water in een theepot, dan wordt het de theepot. Water kan stromen en vernietigen. Wees als water. Get the Point???

Flow heeft een positief effect op zowel kracht als snelheid in beweging!

Techniek: Neem je tijd om je techniek te perfectioneren, voer ze zo goed als je kan uit, elke keer weer. Dit beinvloed je zelfvertrouwen.

Flexibiliteit: Zorg ervoor dat je flexibel bent, daarmee voeg je schoonheid, gratie en kracht toe aan je technieken. Een gezegde: Als je het niet gebruikt, verlies je het…

Lichaamscontrole: Leer wat je lichaam kan en wat goed voor je voelt; dan zul je in staat zijn je technieken met de juiste controle uit te voeren.

Ritme: Ontwikkel een gevoel voor ritme in alle delen van je vorm die als het ware samensmelten met je lichaam. Alles in het leven is gebaseerd op ritme; dit is een wet van de natuur.

Voorkom dat je je vorm alleen maar in een monotoon ritme uitvoert, dat je als het ware gewoon ‘door je technieken heen loopt’, ze gewoon als het ware afwerkt. Gebroken ritme (broken rhythm) is het geheim dat je vorm meer leven en meer inhoud geeft. Het onderscheid een geperfectioneerd sculptuur van de ruwe vorm.

Web of knowledge

door Dennis Conatser, vertaald door Marcel de Jong

Bij de bestudering van de aard van een aanval zijn een aantal aspecten van belang:

  • Het identificeren, definiëren en classificeren van de verschillende typen situaties die je tegen kunt komen;
  • Grondig onderzoek naar de manieren waarop wapens (natuurlijke en andere wapens) kunnen worden toegepast;
  • Instinctief vaststellen welke reactie je kiest om succesvol om te gaan met de verschillende typen situaties waarin je terecht zou kunnen komen.

Als je de aard van een aanval wilt identificeren, zul je eerst moeten vaststellen of (1) er gevaar dreigt in de omgeving waar je je bevindt, (2) vervolgens moeten anticiperen op de mogelijkheid van een conflict en (3) het verrassingselement moeten elimineren. Hoewel het type aanval je zou kunnen verassen zou je desalniettemin voorbereid moeten zijn je kennis, onafhankelijk van de omstandigheden, instinctief te gebruiken. Nogmaals, in dit stadium kun je niet bewust nadenken over strategieën en plannen voor verdediging of aanval, die moeten natuurlijk tevoorschijn komen.

Bij het definiëren van omstandigheden komen het classificeren en categoriseren van aanvallen aan de orde. Het gebruik van deze benadering maakt classificatie tot een bruikbaar instrument bij het categoriseren en definiëren van aanvallen. Antwoorden raken meer toepasbaar op aanvalssituaties als ze zijn gecategoriseerd in onderwerpen zoals:

  • Grepen en worpen
  • Duwen
  • Stoten
  • Trappen
  • Houdgrepen en omarmingen
  • Klemmen en verwurgingen
  • Wapens
  • Meervoudige aanvallen

Hoewel deze categorieën zeer behulpzaam kunnen zijn bij het definiëren van een aanval, zijn het algemene categorieën. Specifieke details zijn noodzakelijk omdat er talloze methoden zijn om de aanvallen uit de diverse categorieën uit te voeren. Vastberaden om alle mogelijke aanvallen op een logische en systematische manier te categoriseren, kwamen we op het idee van het “Web of knowledge” (kennisweb).

Web of Knowledge

In de woorden van Ed Parker:

“Het idee van het kennisweb heb ik tweeëndertig jaar geleden bedacht in Hawaï. Ik observeerde een spin die een web aan het bouwen was. Terwijl ik zag hoe de spin zorgvuldig zijn ingenieuze val voor zijn overleving bouwde, probeerde ik de vergelijking te trekken tussen de principes van dit bouwwerk met de principes van het leren van de vechtkunst.

Uitgaande van dit ontwerp van de natuur, filosofeerde ik over het gebruik ervan als een denkbeeldige val: een val die behulpzaam zou zijn bij het vastleggen van kennis over de vechtkunst. Uiteraard is het web van een spin in de eerste plaats een val om prooien in te vangen, maar waarom zou een vergelijkbare structuur niet kunnen worden gebruikt om kennis in te vangen. Terwijl ik dit concept begon uit te werken, dacht ik na over de onderwerpen die moesten worden bestudeerd. Welke kennis moest in het web komen en welke prioritering zou eraan gegeven worden? Zouden de onderwerpen per band-niveau verschillen? En als dat het geval zou zijn, welke onderwerpen horen dan op welk niveau? Deze onbeantwoorde vragen maakten de creatie van een progressief plan met een kennisweb tot een lastige taak. Door verschillende mogelijkheden uit te proberen, kwam ik uiteindelijk bij een verdedigbare oplossing. Ik categoriseerde het web in primaire onderwerpen en sorteerde deze in een volgorde die naar mijn mening progressief was.

Het Web is geprioriteerd naar de moeilijkheidsgraad van de reactie op een aanval:

  1. Grepen en worpen – Een beginnende student zou een goede kans moeten maken tegen een greep waarbij de aanvaller niet direct van plan is een stoot te geven. Zonder direct vervolg is een greep in principe niet actief.
  2. Duwen – Door de voorwaartse beweging van een duw, is een betere timing nodig dan bij een greep, maar weer niet zoveel als bij een stoot.
  3. Stoten – Nog een betere timing is nodig voor een verdediging tegen een stoot vanwege de grotere snelheid en kracht van een stoot.
  4. Trappen – Niet alleen vereisen trappen een goede timing, maar ze zijn ook nog eens veel krachtiger dan stoten, en daardoor zijn ze gevaarlijker.
  5. Houdgrepen en omarmingen – Deze zijn op hun beurt moeilijker te verdedigen omdat ze de bewegingsvrijheid beperken en daardoor het aantal beschikbare wapens en doelen verminderen. Er bestaat een reëel gevaar op de grond te belanden.
  6. Klemmen en verwurgingen – Deze zijn gevaarlijker dan houdgrepen en omarmingen omdat ze de potentie hebben ledematen te breken of zelfs de dood tot gevolg te hebben.
  7. Wapens – De timing en kracht die wordt geassocieerd met wapens classificeerd heb tot de moeilijkste aanvallen om te verdedigen. De tegenstander heeft een voordeel in de afstand en er bestaat een grote kans op serieuze verwondingen of de dood.
  8. Meervoudige aanvallen – Verdediging tegen meervoudige aanvallen vereist vaardigheid en strategie. Worden aangevallen door meer dan één aanvaller verhoogt de kans op serieuze verwondingen of de dood, zodat dit gelijkgesteld kan worden met een aanval door één persoon die goed geoefend is in het gebruik van een wapen.

Bij bestudering van de technieken die voor de verschillende band-niveaus vereist zijn, zal onthullen dat de bovengenoemde onderwerpen in die exacte volgorde onderwerp van de technieken zijn. Terwijl alle band-niveaus dezelfde volgorde hanteren, zullen niet alle onderwerpen in ieder niveau voorkomen. Het weglaten van diverse aanvalsvormen in de volgorde kan komen door het aantal malen dat een bepaalde aanval in het systeem voorkomt. Lagere band vereisten benadrukken voorts meer de grepen, stoten, houdgrepen en omarmingen omdat er een grotere kans is dat we deze aanvallen tegenkomen dan bijvoorbeeld trappen. Ook is van belang dat beginners nog niet over de vaardigheid beschikken om technieken tegen trappen werkzaam te maken vanwege hun beperkte ervaring.

Naast begrip van de relatieve moeilijkheid en het gevaar van verschillende aanvallen, zou ook aandacht moeten worden geschonken aan alternatieve gebruiksmogelijkheden van het web, door aanvallen te visualiseren en categoriseren afhankelijk van de richting, methode, baan, dimensie en hoek van binnentreding of uitvoering. Een stoot kan bijvoorbeeld met de linker of de rechter hand worden uitgevoerd, in een rechte of een gebogen beweging onder gebruikmaking van verschillende methoden. Zulke methoden kunnen:

  • Rechte, gehoekte of ronde stoten tot gevolg hebben.
  • Gerelateerde methoden gebruiken zoals gekruiste stoten, korte stoten, opstoten, hamerende-, schampende- of doorstotende stoten.
  • Gebruik van de voorste of juist de achterste hand in een stationaire positie vereisen, of een shuffle-beweging of een doorstap nodig hebben.
  • Verschillende van de hiervoor genoemde methoden combineren.

Alle methoden van stoten, grijpen of duwen en de combinaties daarvan moeten worden bestudeerd. Hoe groter de kennis van bestaande methoden, hoe groter je kennisrepertoire, hoe kleiner de kans op een verassing.

In verloop van tijd zul je leren dat een specifieke techniek die wordt gebruikt voor een rechter greep, ook geschikt kan zijn voor een rechter duw of stoot. Het kan een aanpassing in de timing van je actie betekenen, maar je zou nog steeds de zelfde techniek toepassen. Als de structuur van een techniek toestaat dat deze wordt gebruikt voor alle typen lineaire aanvallen, neemt de spontaniteit zienderogen toe. Er is dan geen twijfel mogelijk welke techniek moet worden gebruikt, je reageert gewoon op de actie die op je af komt, zonder van het beschreven patroon af te wijken. Wordt echter de aanval vervangen door bijvoorbeeld een mes, dan zou dit wel een afwijking van het patroon tot gevolg hebben. Geavanceerde strategie zou noodzakelijk zijn om de actie van de tegenstander te controleren en beheersen. Uiteraard zou logica altijd moeten dicteren of een aanpassing, vermindering, uitbreiding of vervanging van je bewegingen nodig is, om je kans op succes te vergroten.

©2002 – Dennis Conaster, Scottsdale, AZ

1001 mogelijkheden jezelf te verdedigen

door Marcel de Jong, Katsudo Kenpo

Onder de diverse stijlen in de vechtkunst zijn er die geen technieken kennen zoals wij dat wel hebben. Er zijn er ook die slechts een beperkt aantal technieken hebben en er zijn er die duizenden technieken kennen. In dit artikel zal ik beschrijven waarom ik van mening ben dat ons systeem, met zijn 154 zelfverdedigingstechnieken, een goed systeem is dat, mits het wordt gebruikt zoals het bedoeld is, een adequaat gereedschap vormt om te leren jezelf te verdedigen.

Wat is een zelfverdedigingstechniek
Laat ik beginnen met te definiëren wat ik onder een techniek versta. Een techniek is voor mij een vastgelegd aantal bewegingen die tesamen een mogelijke manier van zelfverdediging vormen tegen een bij die techniek behorende aanval, waarvan aannemelijk is dat we die in het echte leven zouden kunnen tegenkomen.

Of zoals Doreen Cogliandro het eens tijdens een seminar zei: “A self defense technique is a possible defense against a probable attack”.

De bedoeling ervan is voorbeelden te geven van de manieren waarop op bepaalde aanvallen gereageerd kan worden. Iedere techniek is gebaseerd op bepaalde concepten en maakt gebruik van principes. Een voorbeeld van een concept is bijvoorbeeld “attack the attack”. Dat betekent dat je niet alleen blokkeert om te voorkomen dat je geraakt wordt, maar dat je ook blokkeert om het wapen uit te schakelen voor verder gebruik. Een voorbeeld van een principe is “marriage of gravity” hetgeen betekent dat meer kracht in een beweging kan worden gebracht als gebruik wordt gemaakt van de zwaartekracht om de betreffende beweging kracht bij te zetten.

De bedoeling van de technieken is naast het aangeven van een mogelijke reactie, te leren deze concepten en principes toe te passen, niet alleen in de specifieke situatie van deze techniek, maar ook in alle andere situaties waarin deze concepten of principes van pas kunnen komen.

Wel of geen technieken in een systeem
Allereerst wil ik het verschil bespreken tussen de stijlen die in het geheel geen vastgelegde technieken kennen, en de stijlen die dat wel hebben. Ik ben van mening dat een stijl zonder technieken de structuur mist die de gebruikers van het systeem nodig hebben om ze een doel te geven. In een systeem zonder vastgelegde technieken is minder helder wat je precies moet doen om in de ogen van de instructeurs de vorderingen te maken waarmee je verder komt.

Betekent dat, dat je zonder technieken niet kunt leren jezelf te verdedigen? Geenszins. Alleen het vergt meer doorzettingsvermogen om te volharden in een trainingsmethode waarvan onbekend is waar de mijlpalen staan, dan dat het geval is met helder gedefinieerde tussendoelstellingen. Voor de bijzonder getalenteerden onder ons is dat geen probleem. Ook zonder dat precies bekend is wat je moet doen voor de volgende promotie is de training vol te houden als die promoties (of andere blijken van waardering voor wat je presteert) maar vaak genoeg voorkomen.

Voor minder getalenteerden echter, die bij wijze van spreken wel 2 jaar moeten trainen voordat ze op een niveau komen dat een gele band zou rechtvaardigen, is dit slechts vol te houden als ze voortdurend op de hoogte zijn van hun eigen vorderingen.

Stel je eens voor een hardloopwedstrijd te organiseren voor marathonlopers (dus 42 kilometer kunnen ze allemaal halen) over een afstand tussen de 10 en 40 kilometer. De exacte afstand waarover de wedstrijd gaat, merk je vanzelf als je na een bocht ineens een finishlijn ziet. Ik denk dat zelfs de meest geroutineerde marathonloper kapot gaat als hij bij 10 kilometer niet weet of de finish na de volgende bocht zal liggen, of pas over 30 kilometer.

Ik vergelijk een vechtkunst zonder technieken met een hardloopwedstrijd waarvan de afstand van te voren niet bekend is. Je weet nooit wanneer je er zult zijn, of wanneer je op de helft bent, of bijna aan de finish.

Ons systeem met zelfverdedigingstechnieken zorgt ervoor dat de getalenteerden kunnen excelleren, terwijl ook de minder getalenteerden het beste uit zichzelf tevoorschijn kunnen halen. Vaak blijken degenen die bij aanvang minder getalenteerd leken en die in een systeem zonder structuur zouden zijn gesneuveld, later toch tot de top te kunnen behoren. Het zou zonde geweest zijn als we deze mensen allemaal zouden zijn kwijtgeraakt door het ontbreken van structuur.

Vechtkunst beoefenaars in systemen zonder technieken werpen tegen dat de vastgelegde technieken leiden tot vechters die vastgeroest zitten in hun technieken en die daardoor niet kunnen reageren op onverwachte situaties. Daarnaast zien we nog wel eens mensen gepromoveerd worden om de simpele reden dat ze de technieken die voor het betreffende niveau staan kennen, zonder dat getoetst wordt of die mensen ook in staat zijn om de principes en concepten die in deze technieken vertegenwoordigd zijn, kunnen toepassen. Hoewel dit reële valkuilen van het systeem zijn, wil ik er het volgende over opmerken.

Vergelijk het met het leren van een taal. Je kunt een Frans woordenboek uit je hoofd leren, maar dat betekent nog niet dat je ook Frans kunt spreken. Leer er een grammaticaboek bij, en dan kun je het nog niet. Je kent nu de basics (de woorden) en je kent de concepten en principes (grammatica) maar je leert ze pas toepassen als je dat ook daadwerkelijk gaat oefenen.

Het systeem van de beschreven technieken vormt ons woordenboek en grammaticaboek ineen. Alles wat je moet weten staat erin, maar je leert uitsluitend het te gebruiken door te oefenen. En dan bedoel ik met oefenen niet het eindeloos herlezen of van buiten leren van het woordenboek, maar het voeren van conversaties met andere mensen.

Met andere woorden, als je training beperkt is tot het repeteren van de technieken en het memoriseren van de concepten en principes, gebruik je het systeem niet waar voor bedoeld is. Ik bedoel te zeggen dat de kritiek op het hebben van technieken zich in feite niet richt tegen het systeem, maar tegen het verkeerde gebruik ervan. Als je in de doe het zelf winkel de duurste hamer koopt die voorhanden is, maar je houdt hem achterstevoren vast, dan sla je er geen spijker mee in een pakje boter. Dat betekent echter niet dat het geen goede hamer is.

Zo geldt dat naar mijn mening ook voor ons systeem van technieken. Gebruik de technieken als voorbeelden van hoe je je zou kunnen verdedigen in een bepaalde situatie. Leer de concepten en principes en pas die vervolgens toe in andere situaties. Dan blijven slechts de voordelen van een gestructureerd systeem over, zonder dat we in de valkuil van het verkeerde gebruik vallen.

Hoeveel technieken?
Iedere mens heeft slechts twee handen en twee voeten, zodat het aantal mogelijke bewegingen met die ledematen beperkt is. Daarom hebben we ook geen 200 verschillende blokkeringen en slagen nodig, en is het aantal basics dat we nodig hebben ook beperkt. Het aantal combinaties van basics daarentegen, is vrijwel ongelimiteerd. De vraag is of wij een systeem moeten ambiëren waarin alle mogelijke oplossingen, voor alle mogelijke aanvallen, zijn opgenomen. Aangezien het aantal combinaties oneindig is, is dit feitelijk onmogelijk.

Tot zover is het dus duidelijk. Er bestaat geen systeem waarin alle mogelijke oplossingen voor alle mogelijke aanvallen aanwezig zijn.

Overigens zou een poging tot het beschrijven van alle antwoorden en het memoriseren ervan tot onoverkomelijke problemen leiden, omdat we dan tijdens een aanval onmiddellijk een keuze zouden moeten maken tussen al die honderden technieken, hetgeen meer tijd zou kosten dan we doorgaans beschikbaar hebben voordat we worden geraakt.

Nog een probleem hierbij is dat iedere mens zijn tijd slechts eenmaal kan besteden. En er is een verschil tussen het stampen van technieken in je hoofd (en ze onthouden) en het leren deze technieken te gebruiken en te improviseren. Dus, als we al onze tijd nodig hebben om technieken te leren en onthouden, houden we geen tijd over om de toepassing ervan ons eigen te maken.

Ik denk dat we veilig kunnen stellen dat om de hiervoor genoemde redenen, 1000 zelfverdedigingstechnieken te veel is.

Betekent dat dat niemand ooit zal kunnen leren te vechten met een systeem waarin zich 1000 zelfverdedigingstechnieken bevinden? Nee, dat betekent het zeer zeker niet. Maar de gemiddelde resultaten voor vechtkunststudenten die willen leren zich te verdedigen, zullen niet zo goed zijn als ze hadden kunnen zijn.

Aan de andere kant kan het aantal technieken ook te laag zijn.

Laten we ook dit weer vergelijken met het leren van een taal.   Als ik 10 nieuwe Franse woorden zou willen leren, kan ik 20 zinnen nemen, ieder met één nieuw woord erin, zodat ieder nieuw woord twee keer voorkomt. Of ik neem één zin, waarin alle nieuwe woorden voorkomen.

Bij die laatste methode zou de dichtheid aan nieuwe kennis zo hoog zijn, dat mijn brein dit niet kan vasthouden. Dus na verscheidene lessen besteed te hebben aan het leren van die ene zin, ken ik nog steeds de nieuwe woorden niet, laat staan dat ik ze zou kunnen gebruiken.

De eerste methode daarentegen, met slechts één nieuw woord in iedere zin, zou me ieder woorden veel sneller leren, en zou me bovendien twee mogelijke toepassingen van het woorden aanreiken, zodat ik ook sneller leer hoe deze nieuwe woorden zijn toe te passen.

In Kenpo hebben we zoals al aangegeven een bepaalde hoeveelheid basics, concepten en principes die we moeten leren om te kunnen vechten. Het zal een ieder duidelijk zijn dat als we alle basics in 1 techniek zouden proppen, dat niet zou werken. Als we, laten we zeggen, 10 technieken zouden gebruiken om alle kennis in te proppen, ben ik nog steeds van mening dat het niet zou werken, en ik denk dat iedere vechtkunstenaar dat met me eens zal zijn.

We kunnen dus veilig stellen dat 10 technieken niet genoeg is.

Betekent dat dat niemand ooit zal kunnen leren te vechten met een systeem waarin maar 10 zelfverdedigingstechnieken zitten? Nee, dat betekent het zeer zeker niet. Maar de gemiddelde resultaten voor vechtkunststudenten die willen leren zich te verdedigen, zullen niet zo goed zijn als ze hadden kunnen zijn.

De conclusie is dat er hoogst waarschijnlijk een bepaalde hoeveelheid technieken is dat de beste resultaten zal geven voor wat betreft het overbrengen van alle basics, concepten en principes, en dat dat aantal ergens tussen 10 en 1000 zal liggen.

Meer technieken betekent derhalve niet per definitie een beter systeem, en het feit (of de aanname) dat alle informatie in de spaarzame technieken zit die een systeem rijk is, betekent niet dat dat system een effectief en efficient leer-instrument is, of dat het studenten zal produceren die begrijpen hoe ze moeten vechten, en dat ook in de praktijk kunnen brengen.

Naar mijn bescheiden mening zijn de 154 technieken die ons systeem bevat, een mooi optimum waarmee we veel mensen de beginselen van de vechtkunst kunnen bijbrengen. Systemen waarvan het bestaan mij bekend is waar gewerkt wordt met 55 technieken in totaal zijn mij dan ook te beperkt, en systemen met 600 technieken te uitgebreid, maar de beoefenaren van deze systemen zullen er ongetwijfeld een andere mening op na houden.

Zijn alle technieken even goed? 
Nee, niet alle technieken zijn even goed. Er zitten juwelen tussen, maar ook technieken die volstrekt niet werkzaam zijn. Waarom trainen we ze dan toch allemaal, zul je je afvragen. De reden daarvan is erin gelegen dat zowel de juwelen als de minder toepasbare technieken niet voor iedere persoon dezelfden zijn. Wat voor mij werkt hoeft voor jou niet te werken en andersom, en je kunt er pas achter komen welke techniek voor jou wel of niet werkt, als je ze eerst allemaal leert.

Als ik een aantal technieken die mij minder liggen zou schrappen, en ik zou dan ook in die technieken geen les meer geven, dan zou ik mijn studenten de mogelijkheid ontnemen om nu juist van die technieken, die misschien voor hen wel de juwelen zijn, kennis te nemen. Verder verschuift met de tijd ook voor mijzelf nog welke technieken wel en niet als juwelen kunnen worden aangemerkt. Ik heb vroeger technieken vervloekt (en die waren zeker voor doorhaling in aanmerking gekomen) die nu tot mijn juwelen behoren.

Masterkey technieken
Zoals uit het voorgaande al is gebleken, wordt ieder concept, ieder principe, langs meerdere wegen aan je aangeboden, zodat er voor een ieder wel een goed functionerend model is waarin een bepaald concept aan de orde wordt gesteld. Het systeem kent dan ook weliswaar 154 technieken, maar het is mogelijk om groepen van technieken aan te wijzen die hetzelfde concept op verschillende manieren aanreiken waardoor deze concepten ook op verschillende situaties toepasbaar worden. De concepten die aan die groepering ten grondslag liggen zijn te zien als zogenaamde “masterkeys”. Deze masterkeys zijn in die zin universeel dat ze in meerdere (maar niet alle) situaties kunnen worden toegepast, zoals een masterkey op meerdere sloten in een gebouw past.

De hieronder opgenomen lijst van technieken die ieder een masterkey vertegenwoordigen, heb ik ooit eens ergens op het internet gevonden, onbevestigde bronnen vertellen dat de lijst is opgesteld door Dennis Conatser. Het is een lijst van 10 technieken, en alle overige technieken zijn variaties van die 10 technieken.

Deze lijst van 10 masterkeytechnieken is:

THUNDERING HAMMERS
FIVE SWORDS
LONE KIMONO
INTELLECTUAL DEPARTURE
SHIELDING HAMMER
REPEATING MACE
LOCKED WING
THRUSTING SALUTE
PARTING WINGS
HOOKING WINGS

De lijst van variaties op deze 10 technieken is hieronder opgenomen. Door de overeenkomsten tussen deze technieken te onderzoeken en uit te proberen, kun je jezelf trainen in het zien van de overeenkomsten tussen verschillende technieken. Het brengt het aantal keuze mogelijkheden dat voor handen is op het moment van een plotselinge aanval kleiner, waardoor sneller gereageerd kan worden. Houdt er echter wel terdege rekening mee dat dit slechts één onderverdeling van het systeem is, maar dat er vele andere onderverdelingen mogelijk zijn. De sterretjes achter een technieknaam geven aan dat de betreffende techniek in meerdere categorieën kan worden ondergebracht.

THUNDERING HAMMERS 32
Sleeper
Dance of Death
Grasping Eagles
Unwinding Pendulum
Dance of Darkness ***
Attacking Mace
Flashing Wings
Darting Mace
Crossing Talons
Desperate Falcons
Circling Fans ***
Leaping Crane
Gathering Clouds
Circling the Horizon
Piercing Lance
Taming the Mace
Shield and Mace ‑ Advanced
Back Breaker
Kneel of Compulsion
Brushing the Storm
Escape from the Storm
Flashing Mace
Glancing Salute
Clipping the Storm
Glancing Lance
Ram and the Eagle
Returning Storm
Grasp of Death
Gift of Destruction
Gift in Return
Gift of Destiny
Broken Gift

FIVE SWORDS 46
Delayed Sword
Fatal Deviation ***
Alternating Mace
Snaking Talons ***
Aggressive Twins
Entwined Maces ***
Defying the Storm
Mace of Aggression
Snapping Twigs
The Bear and the Ram
Tripping Arrow
Falling Falcon
Conquering Shield
Cross of Death
Bowing to Buddha
Raining Claw
Glancing Wing
Prance of the Tiger
Circling Fans ***
Deflecting Hammer
Hugging Pendulum
Retreating Pendulum
Dance of Darkness ***
Unwinding Pendulum
Menacing Twirl
Reversing Circles ***
Swinging Pendulum
Detour From Doom
Deceptive Panther
Charging Ram
Broken Ram
Intercepting the Ram
Spreading Branch
Reprimanding the Bears
Captured Twigs
Crushing Hammer
Obscure Wing
Calming the Storm
Securing the Storm
Triggered Salute
Twisted Twig
Bow of Compulsion
Reversing Mace
Circling Destruction
Gripping Talon
Twisted Rod

LONE KIMONO: 9
Twin Kimono
Clutching Feathers
Locking Horns
Captured Leaves
Entangled Wing
Snapping Twig
Raking Mace
Obscure Sword
Falcons of Force

INTELLECTUAL DEPARTURE: 4
Circle of Doom
Rotating Destruction
Unfolding The Dark
Encounter With Danger

SHIELDING HAMMER: 20
Sword of Destruction
Evading The Storm
Protecting Fans
Shield and Mace
Leap From Danger
Dominating Circles
Circles of Protection
Raining Lance
Circling Windmills
Unfurling Crane
Reversing Circles
Leap of Death
Destructive Kneel
Destructive Fans
Glancing Spear
Desperate Falcons
Broken Rod
Fatal Deviation ***
Entwined Maces ***
Snaking Talons ***

REPEATING MACE: 8
Shield and Sword
Twirling Hammers
Checking The Storm
Twirling Wings
Entwined Lance
Parting of the Snakes
Capturing the Rod
Defying the Rod

LOCKED WING: 1
Flight to Freedom

THRUSTING SALUTE: 2
Buckling Branch
Striking Serpent’s Head

PARTING WINGS: 24
Thrusting Prongs
Begging Hands
Thrusting Wedge
Blinding Sacrifice
Twist of Fate
Crashing Wings
Spiraling Twigs
Squatting Sacrifice
Scraping Hoof
Repeated Devastation
Cross of Destruction
Fallen Cross
Heavenly Ascent
Squeezing the Peach
Crossed Twigs
Circling Wing
Wings of Silk
Obstructing the Storm
Capturing the Storm
Calming the Storm
Securing the Storm
Snakes of Wisdom
Grip of Death
Escape From Death

HOOKING WINGS: 4
Fatal Cross
Twirling Sacrifice
Defensive Cross
Marriage of the Rams

De kloof overbruggen

Door Chuck Sullivan, vertaald door Marcel de Jong 
Uit: IKCA Newsletter No.11, 2 nd quarter 1997

Niet lang nadat ik was begonnen met lesgeven in Ed Parker’s eerste school in Pasadena, realiseerde ik me dat er een “kloof” bestond tussen hetgeen wij in de dojo leerden, en de realiteit op straat. Toen ik nog beginner was viel het me nog niet op, maar zodra ik les ging geven merkte ik dat er iets miste. In de dojo deden we technieken in de lucht omdat we om voor de hand liggende redenen niet echt op onze partners konden slaan. In de dojo moesten we precies weten wat onze partner zou gaan doen, om te weten hoe we moesten reageren. In de dojo was het altijd een rechte frontale aanval, behalve als het een greep van achteren betrof en zelfs die werden aangekondigd voordat ze werden toegepast. Er was totaal geen spontaniteit in wat we deden. Het dichtst bij spontaniteit kwamen we tijdens de sparring, en gelukkig was dat destijds nog veel meer open en realistisch, veel meer dan de toernooi versie van sparring zoals die tegenwoordig wordt toegepast.

Mijn eigen onderzoekingen om de “kloof te overbruggen” begon langzaam, in de tijd dat Mr. Parker en ik onze dojo in mijn deel van de stad openden. Het was ongeveer 1962 op Crenshaw Boulevard in zuidwest Los Angeles, toen ik begon te experimenteren met verschillende methoden om de kloof te overbruggen. Het eerste wat ik deed wat een aanpassing van de manier waarop we technieken lijnen deden. Als je niet bekend bent met de term techniekenlijn, zal ik die kort toelichten. Het betekent dat alle aanwezige studenten in één lijn achter elkaar gaan staan om een techniek te oefenen, zodat de instructeur iedere student kan observeren en waar nodig correcties kan aanbrengen terwijl de overige studenten in de lijn dit kunnen zien en ervan kunnen leren. Wat er gebeurde was dat de voorste student (meestal de hoogst gegradueerde) zich omdraaide, waarna hij met een vooraf aangegeven stoot, trap of iets anders werd aangevallen en hij de voorgeschreven techniek demonstreerde. Als deze techniek was voltooid, ging de student die hem had uitgevoerd naar het eind van de lijn, waarna de nieuwe “voorste man” aan de beurt was. Als de eerste persoon weer vooraan de lijn was aangeland werd meestal een nieuwe techniek genoemd en begon de lijn opnieuw.

Een techniekenlijn op deze manier geeft de instructeur de mogelijkheid om correcties en commentaar te leveren op ieder student, terwijl de anderen toekijken. Het is een prima trainingsmethode. De instructeur kan eenvoudig de aandacht vasthouden van de studenten omdat deze zich niet met elkaar aan het bemoeien zijn, zoals het geval zou zijn als er in tweetallen zou worden gewerkt. Het probleem echter met deze oefening, is dat als de studenten de techniek eenmaal kennen, en de oefening wordt gedaan ter bevordering van accuratesse, snelheid en kracht, ze met slechts één persoon per les werken en de techniek maar eenmaal per ronde gedaan wordt. Ik heb er altijd voordelen in gezien om met zoveel mogelijk verschillende lichaamstypen en persoonlijkheden te werken als mogelijk. Je hebt de snellen, de krachtigen, de kleinen, de groten en degenen die het net anders doen dan alle anderen nodig. Kort gezegd: Je habt alle variabelen die je op straat kunt tegenkomen, ook in de training nodig, en niet alleen die ene persoon die toevallig voor je staat in de techniekenlijn.

Nog een probleem met de techniekenlijn is het feit dat je niet echt fysiek wordt uitgedaagd. Je deed de techniek maar één keer, en dan verdween je naar het einde van de lijn om langzaam naar voren te komen om de aanval een keer uit te voeren. Zelfs het groeten voor en na de techniek leek mij verspilde tijd. Het verpest letterlijk je training. Daarom veranderde ik er iets aan. De verandering was zo simpel, dat ik me afvraag waarom niet iemand dat al veel eerder had bedacht. Alles wat we deden was dat iedere student de techniek uitvoerde op alle andere aanwezigen in de lijn. Zodoende werd iedereen gedwongen te reageren op alle maten, vormen en types aanvallers en wel direct na elkaar, met een groet naar alleen de eerste en de laatste aanvaller. Als je klaar bent met een lijn van tien of twintig aanvallers, heb je de tijd die je als aanvaller staat te wachten nodig om bij te komen.

De volgende stap om de techniekenlijn aan te passen is om de aanvallers geen aanval meer aan te geven, maar dit aan hun eigen initiatief over te laten. Nu hebben we spontaniteit! Nu weet je niet wat te verwachten. Nu is het reactietijd! Maar…, er zijn nog steeds alleen maar frontale aanvallen, of toch niet? Wat zou er gebeuren als de verdediger zijn rug toekeert aan de lijn en zij voeren onbekende grepen uit vanaf de achterzijde? Je reageert! En het is die reactietijd die het meest kritiek is. I heb mensen gezien die al lange tijd aan vechtkunst doen en die simpelweg bevriezen als ze vanaf de achterkant worden vastgepakt. De vraag die je je moet stellen, als je een zwarte bander hebt zien bevriezen in een vriendelijke omgeving, hoe erg het zou zijn geweest als dit in een vijandige omgeving zou zijn gebeurd. Hoe lang duurt het voordat een student binnen een ogenblik besluitvaardig kan reageren als hij van achteren wordt aangevallen? Dat hangt natuurlijk van de student af, sommigen zijn sneller dan anderen. En hoelang zou het duren als je deze oefening nooit gedaan hebt? Het antwoord ligt voor de hand.

Onze volgende prioriteit aangaande de “kloof” was om de richting waarvandaan de aanvallen kwamen, uit te breiden tot 180 graden rondom. Daarmee was de halve cirkel geboren en om het geheel zo realistisch mogelijk te laten verlopen, besloten we de oefening zonder verbale commando’s uit te voeren, zodat de verdediger geen idee zou hebben uit welke hoek de volgende aanval zou komen. Met de verdediger in het midden en de aanvallers er in een halve cirkel eromheen, staat de instructeur achter de verdediger en wijst hij willekeurig de aanvaller aan die aan de beurt is. Deze aanvallers kunnen iedere mogelijke aanval kiezen. De laatste stap is uiteraard om naar de hele cirkel te gaan, waarbij degenen die vanaf de achterkant moet aanvallen, de grepen kunnen toepassen. In mijn gedrevenheid om de kloof te overbruggen tussen de dojo en de straat, moet ik toegeven dat ik wel eens wat ben doorgeschoten, hoewel ik er nooit klachten over heb ontvangen. Eén van de dingen die ik deed was dat ik een bank, een leunstoel en een salontafel de mat op sleepte zodat er in een hoe van de mat een soort van kleine huiskamer ontstond. Ik stuurde dan twee van mijn meer avontuurlijke studenten de kamer in en liet ze sparren. Het was geweldig! Totdat één van hen zich liet meeslepen en de salontafel gebruikte om de ander tegen de muur klem te zetten tegen zijn schenen. Dit resulteerde natuurlijk in een reactie waarbij de salontafel werd gesloopt om de tegenstander mee te slaan. Gelukkig was ik nog net op tijd om ertussen te springen en de tafel van de ondergang te redden. We hebben dat niet zo vaak meer gedaan, het was slecht voor het meubilair.

Voor   een andere onderneming die favoriet werd hadden we oude kleren en sportschoenen nodig. Tegen het eind van de les trokken we de oude kleren en sportschoenen aan die we voor dat doel hadden meegenomen. We gingen we naar buiten in een steeg tussen de gebouwen. Ons enige licht was dat van een straatlantaarn enkele meters verderop die een streep licht de steeg in wierp waardoor ongeveer een kwart van de steeg verlicht was. Daar gingen we dan sparren, eerst in het schemerig verlichte deel van de steeg, en daarna achterin waar het bijna helemaal donker was. Het was altijd interessant om te proberen te achterhalen wie er “Auw!”, “Hé pas op!”, “Arrgh!” of iets dergelijks riep. Het was door die training dat we schoenen gingen dragen, zelfs in de dojo. Dit viel namelijk zodanig tegen, dat ik besloot dat het slecht was voor de studenten om hen niet te laten trainen onder de omstandigheden die ze op straat tegen zouden komen, met schoenen aan dus. Hoewel daar in het begin wat tegenstand tegen was, werd het uiteindelijk door iedereen geaccepteerd en zelf toegejuicht, vooral toen bleek dat het veel gebroken tenen scheelde.

De zoektocht duurde voort. Iets ander wat ik regelmatig deed was om de gevorderde klas te laten zitten op de mat. Ik liet ze niet opwarmen. De eerste keer dat ik dit deed, toen ik twee studenten naar het midden van de mat vroeg en ze vertelde dat ze zouden gaan sparren, begon er één te reken en strekken. Ik stopte hem direct. Hij zei: “Chuck, ik heb hier een kwartier stilgezeten, ik ben stijf.” Toen vroeg ik hem: “Hoe denk je dat je je zult voelen als iemand je van je barkruk afrukt en probeert te voortanden eruit te slaan, of als iemand je uit je auto trekt als je net een uur hebt gereden? Denk je dat je dan opgewarmd zult zijn?” en ik voegde eraan toe: “Ik denk dat nu de tijd is aangebroken om op te warmen, terwijl het gevecht al is begonnen, zodat je er niet van zult schrikken als het in het echt gebeurt”. Hij was het met mij eens en er werd gespard. We deden dat regelmatig.

Het volgende deel van deze discussie is niet nieuw, maar moet regelmatig herhaald worden. Het betreft een ander aspect van het overbruggen van de kloof, dat niet ontkent kan worden. Het is het realisme van het slaan. Iets slaan met alle accuratesse, snelheid en kracht die we hebben, en ondertussen een perfecte balans, basis en souplesse bewaren, is onmogelijk te ontwikkelen als je met een partner werkt, en de technieken in de lucht doet. Het behoeft realisme en de enige manier waarop we dat kunnen bereiken is door een levensgrote dummy te gebruiken. Een bokszak absorbeert je energie niet zoals een met schuimrubber of tapijt beklede dummy met een stalen frame. Onze dummy’s hangen niet aan het plafond en zwiepen dus niet als ze geslagen worden. Ze zijn niet bedoeld voor oefeningen in spontaniteit, maar ze zijn niet te verslaan in waar ze wel voor bedoeld zijn: stoten, trappen, hakken, hameren, steken, klauwen, slaan, ellebogen, kopstoten en vegen. Ja, zelfs vegen. Ik had een elf jaar oude student die maar niet doorkreeg hoe hij moest vegen. Hij bleef maar steeds zijn voet neerzetten om vervolgens de tegenstander over zijn been heen te duwen. Ik haalde de dummy van zijn standaard en hield hem overeind met slechts één vinger op het hoofd. Ik liet de jongen de dummy vegen door zijn mouw vast te laten houden en de veeg uit de techniek “Dropping the storm” (zwarte band techniek nr. 1). Eerst draaide de dummy om zijn as voordat ‘ie op de grond viel. Toen heb ik de techniek voorgedaan, zodat de dummy met zijn hoofd eerst op de grond viel, als je de techniek goed uitvoert. Toen hij het gevoel eenmaal te pakken had, heeft hij het nooit meer verkeerd gedaan.

We hebben het eerder gezegd en ik zal het blijven herhalen totdat al onze studenten zelf een dummy hebben gemaakt of er een gekocht. Je zult nooit een complete vechtkunstenaar zijn als je niet de voordelen hebt ervaren van het werken met een levensgrote dummy.

De laatste fase in het overbruggen van de kloof is sparren. Zoals ik al eerder opmerkte, was onze sparring vroeg realistisch en open, in tegenstelling tot het hedendaagse toernooi-punt-vechten. Wat ik daarmee bedoel is dat, als je aan het trainen bent voor een toernooi, je alleen geïnteresseerd bent in punten scoren en wedstrijden winnen. Op straat werkt het niet zo. Gevechten worden niet onderbroken als er een punt is gescoord en ze eindigen niet als er drie punten zijn gescoord. Het gevecht duurt voort totdat er iemand volledig door de ander wordt gedomineerd en er geen reden meer is om door te vechten. Doorgaan na dat punt wordt gezien als mishandeling en dat is natuurlijk strafbaar, dus je moet weten wanneer het punt gekomen is dat je moet zeggen: “het is genoeg, ik ga er vandoor”.

Het is tijd om terug te vechten

Van: www.runningtiger.com, vertaald door Marcel de Jong

Recentelijk liep in Minneapolis (VS) een vrouw naar haar auto na het werk. Het was na zonsondergang, maar nog tijdens de schemering. Van achter haar legde een man zijn hand op haar schouder terwijl hij haar zei haar handtas te laten vallen. Ze deed wat hij vroeg, ze liet haar tas los. Haar aanvaller sloeg haar vervolgens toch met een honkbal knuppel tegen haar knieën, om te voorkomen dat ze achter hem aan zou komen.

Er doet een theorie de ronde dat als een vrouw precies doet wat een aanvaller vraagt, zij een betere kans heeft om het voorval ongedeerd te overleven. Een andere theorie stelt dat tegenstribbelen de aanvaller alleen maar bozer maakt en ervoor zal zorgen dat hij zijn slachtoffer ernstiger zal verwonden. Als deze theorieën ooit waar waren, dan haalt bovenstaand verhaal, net als andere verhalen die je mogelijk al eens gehoord hebt, ze onderuit.

Er is een inherent probleem met theorieën die het slachtoffer beschuldigen. “Als ze niet had tegengestribbeld, dan zou hij haar niet bezeerd hebben.” “Als ze had meegewerkt, dan had hij haar niet bezeerd.” Deze theorieën impliceren dat het slachtoffer de aanvaller bestuurt, terwijl het tegendeel het geval is. Er is overigens een groot verschil tussen tegenstribbelen en terugvechten.
Nadat ik de volgende vraag had gelezen in “Gift of Fear” van Gavin de Becker, stelde ik ‘m aan mijn mannelijke en vrouwelijke studenten: “Wanneer was de laatste keer dat je voelde dat je veiligheid werd bedreigd?” De resultaten kwamen overeen met die van de auteur: De mannen moesten nadenken. Sommigen konden zich geen voorbeeld herinneren terwijl anderen met voorbeelden van lang gelden kwamen. In de meeste gevallen echter, dachten vrouwen direct aan een recente situatie, hooguit een paar weken geleden.

Het is echt de hoogste tijd om terug te vechten.

Vrouwen kunnen het meeste voordeel hebben bij vechtsport training, maar ze doen het het minst. Waarom verzekeren niet meer vrouwen zich van dit soort training? Er zijn vele antwoorden op die vraag, en zelfs diverse niveaus waarop die vraag kan worden beantwoord.

Veel mensen, zowel mannen als vrouwen, hebben nog nooit ergens tegenaan geslagen in hun leven. Vraag ze om bokshandschoenen aan te trekken en tegen een bokszak te slaan en ze worden nerveus en onzeker. Voor vrouwen is het nog anders. Door een vrouw te vragen die onschuldige zak te slaan, vraag je haar om haar volledige socialisatie in de volwassen maatschappij aan de kant te zetten. Op een zeker niveau, bewust of niet, zal ze niet geloven dat ze zichzelf kan verdedigen, of dat het ongewenst gedrag is. Dat is een groot probleem voor ze. En dat terwijl het er oppervlakkig uitziet als slechts een onschuldige klap tegen een bokszak. Anderen hebben een verleden waarin misbruik voorkomt, als kind of als volwassene, waarin ze altijd hebben geleerd te dekken, verbergen of rennen, maar nooit om te vechten. Dus door ze te vragen tegen die bokszak te slaan, vraag je eigenlijk om hun gehele responssysteem om te gooien. Deze interne conflicten kunnen moeilijker overbrugbaar zijn dan enige fysieke uitdaging. Dus de training in een vechtkunst kan een erg krachtige en positieve katalysator zijn om verandering te brengen in het leven van vrouwen.

In termen van fysieke capaciteit is er geen enkele reden waarom een vrouw niet effectief terug zou kunnen vechten, zelfs niet als de tegenstander veel groter en sterker is. Natuurlijk moeten we rekening houden met een verschil in fysieke capaciteit in die zin dat we allemaal moeten roeien met de riemen die we hebben. Maar reken nu eens techniek en training mee. In Kenpo Karate bijvoorbeeld, wordt studenten geleerd om uit de baan van de aanval te stappen, en vervolgens vanuit een andere hoek terug te slaan. Dus een vrouw van 50 kilo hoeft zich helemaal niet druk te maken over het stoppen van een man van 100 kilo, omdat ze eenvoudigweg om de aanval heen beweegt. Verder wordt studenten vanaf de eerste les geleerd hoe ze moeten staan, hoe ze moeten slaan en vooral ook waar ze moeten slaan. Dan stimuleren we ze om sneller te gaan. Als de technieken sneller worden, worden ze ook sterker. Ze werken met partners, zodat de accuratesse toeneemt, net als de timing en de snelheid. Dit alles leidt tot het doel van de training, jezelf kunnen verdedigen tegen meerdere aanvallers tegelijk.

Over het algemeen kunnen de vechtkunsten worden onderverdeeld in twee categorieën: Karate en Kung Fu. Binnen deze categorieën zijn vele stijlen te vinden die elk hun eigen kenmerkende verschillen kennen. Maar het hart van elke stijl is het feit dat ze de beoefenaar leren te verdedigen en aan te vallen. Uiteindelijk kan de studie van de vechtkunst verworden tot de kunst van het niet vechten. De beoefenaar ontwikkelt een zodanig bewustzijn van haar omgeving dat ze situaties ontwijkt nog voordat ze ontstaan zijn. De mogelijkheid van een aanval zal echter altijd blijven bestaan zodat de vechtkunstenaar altijd voorbereid moet zijn om zichzelf te verdedigen, en voortdurend verantwoordelijk is voor haar eigen welzijn. Anders gezegd leert de vechtkunstenaar het gevecht te voorkomen als dat mogelijk is. Maar ze is erop voorbereid iedere noodzakelijke actie te ondernemen om ervoor te zorgen dat zuij degene is die een gevecht ongedeerd overleefd.

Vechtkunsttraining kan een sterke en positieve katalysator zijn voor verandering in het leven van een vrouw. De mogelijkheid om snel en accuraat te slaan is niet afhankelijk van fysieke omvang of spierkracht. Het is afhankelijk van de effectieve toepassing van effectieve technieken, die in de moderne vechtkunstschool worden aangereikt, samen met een veilige en ondersteunende omgeving.

Ed Parker’s Kenpo Karate: een compleet systeem?

door Marcel de Jong, Katsudo Kenpo

De laatste jaren nemen de zogenaamde MMA gevechten een grote vlucht. In de Verenigde Staten is de UFC is populairder dan de Super Bowl en steeds meer vechtkunst beoefenaren leggen zich toe op het grond gevecht.

Dat werpt bij sommigen de vraag op of het Kenpo systeem zoals wij dat trainen en dat werd ontwikkeld door Ed Parker al dan niet compleet is.

Die vraag zal ik beantwoorden door mijn mening over een aantal zaken op een rijtje te zetten. Vat onderstaande dus niet op als de enige echte waarheid, maar accepteer het als mijn mening, en vind er het jouwe van. Reacties zijn uiteraard welkom.

Om de vraag te kunnen beantwoorden moeten we een aantal zaken van elkaar scheiden. De eerste vraag is: Waar is dat Kenpo systeem voor bedoeld? Als wij de bedoeling hebben ooit nog eens de UFC te winnen, dan is het enige advies dat ik je kan geven: Ga vooral MMA (mixed martial arts) trainen.

Met name de MMA fans stellen nog wel eens vraagtekens bij ons Kenpo met stelling: Er heeft nog nooit een Kenpoka de UFC gewonnen, dus dan zal het wel niets waard zijn. En wat vervelender is, sommige kenpoisten laten zich daarin meeslepen.

Als ik een analogie met andere sporten mag maken: We kunnen er denk ik vanuit gaan dat Roger Federer momenteel wel min of meer de beste tenisser ter wereld is. Hoe denk je dat Roger het er vanaf zou brengen in een hockey wedstrijd op wereld niveau? In beide gevallen sla je met een stuk hout tegen een balletje, dus zoveel verschil kan er niet tussen zitten. Toch vrees ik dat Roger er weinig van terecht zou brengen.

De handicap van vechtsporters is dat ze allemaal een ander spelletje beoefenen, maar dat ze zich wel graag willen kunnen meten met de anderen. En dat gaat dus niet. Je moet jezelf (als je dat wilt) beoordelen tegen de achtergrond van anderen die hetzelfde doen. Verder moet je het systeem beoordelen aan de hand van zijn doelstellingen.

Daarnaast wijs ik je er bij voorbaat alvast op dat als je UFC kampioen wilt worden, één keer in de week een uurtje MMA trainen ook niet genoeg is. Begin maar eens met 20 uur of meer in de week en hou dat een aantal jaren vol, misschien dat je dan, als je zowel heel veel geluk als talent blijkt te hebben, een kans maakt. Dat brengt ons meteen bij de volgende ongelijkheid. Een professionele MMA-er is iemand die zijn geld verdient (en er dus al zijn tijd aan kan besteden) met trainen en wedstrijden vechten. Een professionele kenpoka is iemand die zijn geld verdient met lesgeven. En iedereen wordt nu eenmaal erg goed in dat wat ‘ie het meeste doet. Zo zullen professionele kenpoisten beter zijn in lesgeven, en professionele MMA-ers in wedstrijden vechten.

Kortom, een vergelijking tussen ons Kenpo systeem zoals het door ons wordt beoefend, met MMA zoals het wordt beoefend door profesionele vechters, is een ongelijke vergelijking die niet tot een zinnig antwoord zal leiden op de vraag of het Kenpo systeem al dan niet volledig is.

Effectief zelfverweer
Onze doelstelling is effectief zelfverweer, en geen ringgevechten. Vanuit die achtergrond zal ik hierna verder ingaan op de vraag of ons systeem compleet is, of er bepaalde zaken aan ontbreken, en of dit wellicht een doel heeft.

Het Kenpo systeem bestaat uit basics, technieken, vormen en sparring. Het doel van de verschillende onderdelen valt als volgt te typeren.

Basics vormen de ondergrond, en zijn in feite het enige onderdeel van het systeem waarvan volledigheid geboden is. Ik kom daar later nog op terug.

De overige onderdelen bestaan alleen om deze basics te leren gebruiken en combineren. Technieken zijn de praktijkvoorbeelden, waarbij ik de nadruk zou willen leggen op het woord voorbeelden. Vaak wordt tegen de technieken ingebracht dat ze niet reëel genoeg zijn en dat ze in de werkelijkheid in die vorm niet zullen voorkomen. Als je op school zit of een cursus volgt wordt er ook veel gebruik gemaakt van praktijkvoorbeelden, en dan klaagt er niemand over dat ze na een jaar of wat die exacte voorbeelden nog niet in het echt zijn tegengekomen. Waarom zou je dat met onze zelfverdedigingstechnieken dan wel doen? Het zijn voorbeelden van de manier waarop je de basics kunt gebruiken.

Vormen zijn de laboratorium experimenten met onze basics en technieken. In een gecontroleerde omgeving (dus zonder aanvallende partner) trainen we de basics om ze volledig onder controle te krijgen, en om ze daarna weer in de praktijkvoorbeelden te toetsen.

In de sparring vervolgens creëren we een situatie die meer variabelen omvat zodat we leren om in een onbekende situatie de basics toe te passen.

Volledigheid
Laat ik beginnen met de basics. Omdat iedere mens maximaal twee handen, twee voeten, een lijf en een hoofd heeft, valt er een beperkt aantal basics te omschrijven waarbij die ledematen gebruikt worden, en waarop vervolgens een oneindig aantal variaties zijn te bedenken. De basics zijn naar mijn mening alle mogelijke bewegingen of posities die defensief of offensief gebruikt kunnen worden, zonder de variaties. Naar mijn mening is het systeem aan basics zoals dat in het Parker systeem wordt gehanteerd, compleet.

Om dat enigszins toe te lichten merk ik allereerst op dat wij, kenpoisten, de neiging hebben om van technieken alleen de verdedigende kant te trainen. Dat getekent dat we de andere helft van de techniek, de aanval, onder belichten. Dat is dan ook naar mijn mening geen tekortkoming van het systeem, maar een tekortkoming in de manier waarop wij het systeem gebruiken. Als wij ons systeem dan vergelijken met bijvoorbeeld Brazilian Jiu Jitsu, dan hebben wij ook locks en chokes, zij het meestal in de aanvallende kant van de technieken. Ik constateer dat we ze te weinig trainen, en alleen in een staande toestand, maar we hebben ze wel. Een zogenaamde mount-positie is in mijn ogen niet meer dan een variatie op een positional check, maar dan wel weer één die we (te) weinig trainen. Wederom geen tekortkoming in het systeem dus, maar wel in ons gebruik ervan. Omgekeert merk ik op dat stoten en kicks in het BJJ niet voorkomen, in geen enkele vorm of variatie, waarmee naar mijn mening is aangetoond dat ons systeem completer is dan BJJ. En dan vergelijk ik de systemen uiteraard sec, zonder toevoegingen buiten het systeem om.

Vergelijk je Kenpo met Tae Kwon Do (de ITF variant, omdat dat de enige is die ik ken), dan heeft het TKD geen trappen die wij niet kennen. Alleen heeft Ed Parker er voor gekozen, de trappen in principe alleen onder de gordel toe te passen, omdat boven de gordel de handen de meest voor de hand liggende wapens zijn. Wil dat echter zeggen dat we de kicks, die wij in de standaard praktijkvoorbeelden alleen onder de gordel toepassen, niet hoog of gesprongen zouden kunnen of mogen trainen? Natuurlijk wel, die hoge en gesprongen trappen zijn niets anders dan variaties op de lage trappen en die zouden bijvoorbeeld prima in de What-if fase van de standaard technieken kunnen worden toegepast. Ik kies er zelf uitdrukkelijk voor om ook die hoge en gesprongen kicks te trainen en aan mijn studenten door te geven. Het TKD kent echter geen positional checks, geen locks, chokes en voor zover ik weet ook geen toepassing van wapens. Ook het TKD is naar mijn bescheiden mening dus minder compleet dan ons Kenpo.

Als we naar onze zelfverdedigingstechnieken kijken, kan ik zonder enige twijfel zeggen dat deze geen compleet systeem vormen. Daar bedoel ik mee dat niet op alle mogelijke situaties, alle mogelijke antwoorden worden gegeven. Als we namelijk kijken naar het aantal mogelijke situaties waarin we kunnen worden aangevallen, en het aantal mogelijke oplossingen dat daarvoor te bedenken is, valt eenvoudig te constateren dat een compleet systeem een oneindig aantal technieken zou omvatten. Dit oneindig aantal technieken zou door geen mens op aarde kunnen worden omschreven, laat staan uit het hoofd geleerd. Daardoor zou dit niet als een werkbaar systeem kunnen worden gezien. De technieken zijn dus niet compleet, maar dat kan ook niet. De vraag doet zich dan voor of dat deel van het systeem gevarieerder had kunnen zijn en daarmee op meer verschillende soorten aanvallen of variaties daarvan toegesneden. Ik ben van mening dat dat mogelijk zou zijn geweest. Uit eigen ervaring weet ik dat iemand die zich strikt houdt aan het systeem zoals dat is beschreven, dus met 154 zelfverdedigingstechnieken, plus in een beperkte mate de variaties daarop (de “What-ifs”), op een aantal vlakken tekort komt. En dan heb ik het met name over grondvechten en vechten tegen gewapende tegenstanders. Ik heb het specifiek niet over boksers en andere ringvechters, omdat die niet ons spelletje (zelfverdediging) beoefenen. Een zelfverdedigingsgevecht heeft echter wel een aannemelijke kans om op de grond te eindigen of met een wapen geconfronteerd te worden.

Voor zover het grondvechten betreft heb ik gemerkt dat een goed getrainde kenpoist (en zo beschouw ik mezelf dan voor het gemak maar even) die nog nooit training heeft gehad in grondvechten, zeker niet hulpeloos is. Kennelijk steek je van de trainingsmogelijkheden die het systeem wel biedt, zoveel principes op over de toepassing van basics op die ook op de grond bruikbaar zijn, dat enig effect te verwachten valt. Maar, om nou te zeggen dat je er een goede grondvechter van wordt….. Om dat te bereiken zul je de basics ook in die situatie moeten trainen. En daar schiet mijns inziens het geheel aan trainingsmogelijkheden binnen het systeem tekort.

Sommigen zijn van mening dat het Kenpo systeem wel volledig is en dat vele Kenpo technieken ook op de grond onverkort kunnen worden toegepast. Hoewel ik hun argument begrijp, ben ik het er niet geheel mee eens. Met de nodige aanpassingen kunnen we de Kenpo technieken in sommige gevallen in horizontale positie toepassen, daar lijkt me geen discussie over mogelijk. Maar betekent dat, dat deze technieken de beste methode vormen om te leren hoe onze basics en de variaties daarop op de grond te leren toepassen? Nee, de technieken zijn ontworpen, en ook het meest geschikt, voor een verticale positie. Ik zou dit standpunt willen vergelijken met iemand die beweert dat je met een tang ook best een spijker in een stuk hout kunt slaan. Natuurlijk is dat waar, maar is het de beste methode om dat te doen, of zijn er betere gereedschappen voorhanden?

Een zelfde verhaal kan verteld worden over gewapend of tegen wapens vechten, waarbij mijn ervaring zich beperkt tot mesvechten. Ook in die setting was mijn Kenpo-ervaring bepaald niet weggegooid, en kon ik mezelf tegen mede-beginners zonder Kenpo-ervaring goed redden. Maar een goede mesvechter….. wordt je pas als je dat aspect terdege gaat trainen. En daar bieden de 5 technieken die het systeem biedt, en die zich uitsluitend richten op het ongewapende gevecht tegen een gewapende tegenstander, geen soulaas.

De vormen en sets zijn zoals gezegd naar mijn mening laboratorium experimenten om de technieken beter te kunnen gaan beheersen. Daaraan is inherent dat als de technieken iets missen, de vormen en sets dat ook doen.

Met andere woorden: Ik ben van mening dat het systeem qua basics alle mogelijkheden biedt om in alle situaties, al dan niet door gebruik te maken van variaties op de “standaard-basics”, een passend antwoord op een aanval te kunnen formuleren. Maar willen we dat in alle situaties ook daadwerkelijk kunnen praktiseren, dan zullen we in onze training meer variatie moeten zoeken waardoor meer verschillende soorten aanvallen en gevechten, vaker aan bod komen zodat ook op die, thans onderbelichte gebieden, routine ontstaat.

En wat kunnen we eraan doen?
Om de ontbrekende routine aan te vullen zijn er in feite slechts 2 mogelijkheden.
1. We verzinnen zelf “nieuwe” trainingsmogelijkheden
2. We halen het ergens anders vandaan
Hoewel ik denk dat het mogelijk is om zelf, door onze bestaande basics goed toe te passen, tot goede oplossingen te komen, zou dat betekenen dat we het wiel dat al eeuwen geleden door anderen is uitgevonden, opnieuw gaan ontdekken. Ik ben dan ook van mening dat een veel efficiëntere manier, waar overigens Ed Parker zelf zich uitstekend in zou kunnen vinden, zou zijn om de kennis daar te halen waar deze het best is. Mijns inziens is derhalve de beste oplossing voor hen die hun routine wensen te verbreden, het trainen in andere vechtkunsten die antwoord geven op de openstaande vragen.

En wat willen we eraan doen?
Om een en ander te relativeren, merk ik op dat het voor mij, en voor velen met mij, een levenswerk is om een redelijke Kenpoist te worden. Hoewel ik dat niet echt geprobeerd heb, ga ik er vanuit dat het evenveel moeite en tijd kost om een redelijke grondvechter of mesvechter te worden. Je kunt je tijd van leven maar een keer besteden, en ik kies er bewust voor om dat in de eerste plaats met Kenpo te doen, zodat ik mij, aan het eind van mijn “carierre” hoop een redelijk tot goede vechter, staand met lege handen, te mogen noemen. Alleen voor zover mijn training in dat aspect daar niet onder lijdt, ben ik bereid om tijd te besteden aan een kennismaking met die andere vlakken. Ik maak derhalve de keus om op één vlak te excelleren in plaats van op alle vlakken te matigen.

Antwoord op de vraag: Is het Kenpo systeem compleet?
Ik ga wel een antwoord op die vraag geven, maar ik ga daar meteen de vraag aan verbinden: Bestaat er een andere vechtkunst die wel compleet is?

Zoals uit het voorgaande blijkt is het antwoord op de eerste vraag, is het Kenpo-systeem compleet, niet eenvoudig te geven. In de basis is het systeem in mijn ogen compleet in die zin dat we er alles mee zouden kunnen. In de uitvoering wordt het systeem echter niet zodanig gebruikt dat we alle gebruiksmogelijkheden ons eigen maken. In zijn totaliteit is het systeem dus niet compleet.

Bestaat er aan andere vechtkunst die wel compleet is? Nee, in mijn ogen niet. Voor zover mijn kennis over andere systemen reikt, is het Kenpo systeem het enige systeem dat in potentie compleet is, maar wat slechts uitdieping behoeft. Ieder systeem heeft, net als wij, een bepaald gebied waar dat systeem zich op concentreert. Mocht er ooit iemand (of misschien zijn die iemanden er al) een “nieuwe” vechtkunst ontwikkelen die zich richt op alle denkbare aanvallen die zich zouden kunnen voordoen, dan heb ik er mijn ernstige twijfels bij of, met die hoeveelheid aan te trainen materiaal, er op enig gebied voldoende kunde zal ontstaan zodat een beoefenaar van die vechtkunst zich zal kunnen redden tegen een specialist uit één van de oude, incomplete kunsten.

Tenslotte
Ik heb in mijn carriëre tot nu toe flink wat vechtsport gelegenheden mogen bezoeken. Mijn ervaring is dat je in een Tae Kwon Do school echt niet aan hoeft te komen met een verzoek om eens in grondgevecht te mogen trainen. In een Brazilian Jui Jitsu school zie ik ze nog niet stoten en kicken en in een UFC-style MMA school zie ik ze nog geen wapens in hun training gebruiken. Het enorme voordeel van de cultuur binnen Kenpo Karate scholen vind ik nu juist dat sommige zaken weliswaar niet in het systeem zitten, maar wil je het trainen? Ga je gang, en deel met ons wat je ervan geleerd hebt.

6 Sparring Strategieën Geven de Ultieme Misleiding

door Dennis Nackord, vertaald door Marcel de Jong

Over de auteur: Dennis J. Nackord is een achtste graad zwarte band in Kenpo. Meer informatie over hem, en de mogelijkheid seminars van hem te boeken: http://www.nackordkarate.com

Dennis Nackord (rechts)

De beste vechtkunstenaars kennen de waarde van strategie. Zij weten dat soms hun beste techniek niet goed genoeg is. Ze weten dat op die momenten, strategieën die een effectieve voorbereiding, aflevering en timing bewerkstelligen, belangrijker zijn dan de uitvoering. Ze weten ook dat één van de meest efficiënte strategieën die van de schijnbeweging is.

De zes strategieën over schijnbewegingen die in dit artikel worden beschreven zullen van pas komen of ze nu in de ring worden toegepast of op straat. Ik zeg dat met zoveel zelfvertrouwen omdat ze de afgelopen veertig jaar zijn getest door Joe Lewis, mijn instructeur en trainingspartner sinds 1967, en mijzelf.

We zijn begonnen deze strategieën te gebruiken voor en tijdens de heerschappij van ons West Coast National Fighting Team in de late jaren 60 en vroege jaren 70 van de vorige eeuw, en we hebben ze sindsdien altijd gebruikt en onderwezen. Ik heb die strategieën zeker niet uitgevonden, maar ik heb ze wel gerubriceerd en opgetekend in een bruikbare vorm.

De zes strategieën hebben bijgedragen aan het zelfvertrouwen van vele vechters en hebben hen tot nationale en wereldtitels opgestuwd. Ze zijn zo universeel toepasbaar dat ze kunnen worden gebruikt in elke sport, competitie of gewapend conflict. In dit artikel worden ze echter bediscussieerd in relatie tot ongewapend sparren.

Bij het sparren, verwijst misleiding naar het vermogen om door middel van schijnbewegingen de tegenstander op het verkeerde been te zetten en dat is vaak de sleutel tot de overwinning. Vast te stellen welke misleidende techniek de juiste is voor de specifieke tegenstander die tegenover je staat kan echter een uitdaging zijn. De sleutel voor succes heeft te maken met “prikken”.

Iedere tegenstander heeft de neiging om zich op een bepaalde manier te gedragen. Hij heeft favoriete bewegingen die tezamen zijn persoonlijke stijl vormen. Sommige tegenstanders stormen naar voren, anderen wachten af, sommigen trappen graag, anderen stoten en sommigen gebruiken nog weer andere methoden. Prikken leert je om verschillende schijnbewegingen uit te proberen om erachter te komen wat de voorkeur van je tegenstander is. (Schijnbewegingen betekenen dat een wapen wordt ingezet zonder dat je lichaamsgewicht erachter zit.) Als je de ring in stapt met een tegenstander die je niet kent, prik dan om te ontdekken wat hij doet, en kies dan de strategie die bij zijn stijl past.

Drie elementen

Voordat we een grondige discussie aangaan over misleidingsstrategieën, is het essentieel dat we het belang van perceptie bekijken. Gelooft de tegenstander dat wat hij ziet, ook echt gebeurt? Als ‘ie dat doet, zal hij altijd reageren. Sommige tegenstander reageren correct, zodat ze hun kwetsbaarheid minimaliseren, maar de meesten maken fouten als ze reageren.

Wil en schijnbeweging geloofwaardig zijn, dan moeten drie elementen op de juiste manier worden gebruikt. De eerste is afstand. Je moet dicht genoeg bij je tegenstander zijn om hem werkelijk te raken als de schijnbeweging een echte aanval was. Een veel gemaakte fout is het maken van een schijnbeweging van een te grote afstand. Om te werken, moet het vanaf een realistische afstand zijn. Het tweede element is de hoek. Om je tegenstander te bedreigen, moet de schijnbeweging op de zelfde lijn bewegen als de echte aanval. Een andere veelgemaakte fout is dat studenten gewoon hun hand in de lucht gooien of met hun voet op de grond stampen. Aangezien de schijnbeweging niet op de lijn van een aanval beweegt, wordt er normaalgesproken niet op gereageerd door de tegenstander. Om te werken, moet de hoek realistisch zijn.

Het derde element is intensiteit. Een schijnbeweging moet een realistische snelheid, intensie, en emotionele substantie hebben. Je moet de schijnbeweging uitvoeren alsof je werkelijk van plan bent je tegenstander te gaan slaan. Vechters maken vaak de fout een passieve schijnbeweging te maken, gevolgd door een agressieve aanval. Als de tegenstander niet heeft gereageerd op de schijnbeweging blijf je zo zeer kwetsbaar over. Om te kunnen werken, moet een realistische intensiteit gebruikt worden.

Timing Is Alles

Om effectief te kunnen zijn, moet een schijnbeweging worden gedaan in ongeveer de helft van de tijd die nodig is voor een echte aanval. Bekend als “bewegen op de halve tel”, geeft het je de mogelijkheid het ritme van de tegenstander te verstoren. Echter, als het gat tussen schijnbeweging en aanval te groot wordt, kan ‘ie worden geblokkeerd of gecounterd.

Strategieën voor aanvallende vechters

Op enig moment tijdens een wedstrijd val je in één van de twee typen: aanvallende of afwachtende vechter. Natuurlijk, je kunt tijdens de wedstrijd schakelen tussen de verschillende typen of ze zelfs in elkaar verweven, maar in dit artikel beschouwen we ze afzonderlijk. Als je een aanvallende vechter bent, zou je nooit een sterke positie moeten aanvallen. Je zou eerst de positie van de tegenstander moeten verzwakken met een schijnbeweging waardoor hij hapert in zijn beweging. Daardoor zal een opening ontstaan en de twijfel zal je in de gelegenheid stellen te scoren. Onthoudt dat als je wilt scoren, je je tegenstander aan het twijfelen moet maken.

Indirecte hoek aanval

Deze strategie wordt gebruikt tegen iemand die blijft staan en blokkeert. Het betreft een schijnbeweging aangaande de hoek.

Voorbeeld: Beweeg binnen het bereik van de tegenstander met een lage schijnbeweging, en vervolg met een hoge aanval. Dit kan natuurlijk ook worden omgekeerd met een hoge schijnbeweging en een lag aanval. Deze twee voorbeelden zijn de twee meest voorkomende indirect hoek aanvallen.

Gebroken ritme aanval

Deze strategie wordt gebruikt tegen een zogenaamde counter vechter. Dat betekent dat ieder keer dat je een aanval probeert, hij reageert met een tegenaanval. Je moet zijn tegenaanval uitlokken en hem dan slaan terwijl hij zijn wapen terugtrekt van de mislukte counter.

Voorbeeld: Je hebt ontdekt dat je tegenstander zal gaan reageren met een counter stoot. Je beweegt dan met een schijnbeweging binnen zijn bereik, en direct ook weer buiten bereik terwijl hij zijn counter stoot uitvoert. Deze actie zorgt ervoor dat zijn counter stoot zal missen en jij kunt aanvallen terwijl hij uit positie staat.

Immobilisatie aanval

Deze strategie wordt gebruikt tegen een renner of iemand die nooit stil blijft staan. Dit is de meeste geavanceerde van de drie aanvallende strategieën. Er zijn vele manieren om te voorkomen dat een tegenstander van je wegloopt. Eén manier is door je richting om te draaien en van hem weg te lopen, waardoor je hem als het ware meetrekt. Of je kunt hem immobiliseren door het vast te pakken of zijn been vast te zetten met een check of een beenveeg. Om succesvol te kunnen zijn, moeten immobilisatie aanvallen beschikken over de juiste afstand, hoek en intentie.

Voorbeeld: Spring richting je tegenstander, grijp zijn mouw vast en trek hem uit balans. Counter-stoot hem op het lichaam.

Strategieën voor afwachtende vechters

Als je een afwachtende vechter bent, wil je dat je tegenstander jou aanvalt. Door bepaalde doelen kwetsbaar te laten lijken, moedig je hem aan dat doel aan te vallen. Deze aanpak kan zijn positie verzwakken doordat je al weet waar hij gaat aanvallen. Een bedreven counter vechter kan zijn tegenstander een bepaald doel met een bepaald wapen op een bepaald moment laten aanvallen. Vergeet echter niet dat als je dan wordt aangevallen, je er nog wel voor moet zorgen dat het mis zal zijn.

Verander de richting

Deze strategie richt zich op het veranderen van de richting van de kracht van de tegenstander. Je kunt dit bereiken door zijn wapen van de lijn van de aanval af te brengen door middel van een parering, of door zelf uit de lijn van de aanval te gaan. Meestal wordt een combinatie van die twee tactieken gebruikt.

Voorbeeld: Je lokt de tegenstander naar een aanval met zijn voorste hand. Je ontwijkt die door uit de lijn van de aanval te stappen en countert met een aanval naar het lichaam.

Onderbreken

Deze aanval onderbreekt de energie van de tegenstander door een grotere hoeveelheid energie direct tegenin te brengen door gebruik te maken van een zogenaamde stop-stoot.

Voorbeeld: De tegenstander wil een doorgestapte tegengestelde stoot geven. Als zijn achterste voet naar voren komt, geef je een defensieve backkick om zijn voorwaartse beweging te stoppen. Je bent in de lijn van de aanval gestapt.

Absorberen

Deze strategie behelst het absorberen van de energie van de tegenstander. Je kunt dat doen door een niet-vitaal deel van je lichaam als schild te gebruiken.

Voorbeeld: Je beweegt dat schild net genoeg naar achteren dat de trap van de tegenstander net je afschermende arm raakt. Je countert vervolgens met een spinning backfist. Je bent naar achteren gestapt op de lijn van de aanval.

Toepassing

De zes vecht strategieën die hierboven beschreven worden zijn gereedschappen die je kunt gebruiken om een bedreven tegenstander te overwinnen. Doordat ze je in staat stellen om succesvolle keuzes te maken tegenover diverse verschillende typen vechters zullen ze je zelfvertrouwen vergroten in de dojo, maar ook daarbuiten.

Het gebruik of juist niet-gebruik van schijnbewegingen is een effectieve sparring strategie, maar dat betekent niet dat je die altijd moet gebruiken. Als je meer ervaren, sneller en sterker bent dan je tegenstander, kun je mogelijk volstaan met een gedecideerde en directe aanval. Maar als zijn vaardigheid de jouwe benadert, kun je schijnbewegingen gebruiken om een opening te forceren.