Categorie archief: Artikelen

10 Kenpo Wetten die elke Kenpoka moet kennen

door Charles Mattera – 23 maart 2011, Black belt magazine
Vertaald door: Marcel de Jong

10 Kenpo Wetten die Elke Kenpoka moet kennen

Al decennia lang staat kenpo in het Westen bekend als een van de meest effectieve en efficiënte vechtsporten die er bestaan, en al honderden jaren daarvoor genoot het een soortgelijke reputatie in Azië. Een groot deel van dat succes kan worden toegeschreven aan een reeks van vechtprincipes die is gedefinieerd en verfijnd tot een exacte wetenschap door de proefondervindelijke inspanningen van vele meesters. Dit artikel schetst 10 van die wetten ten behoeve van alle vechtkunst-beoefenaars die niet de mogelijkheid hebben om ze uit de eerste hand te ervaren.

Kenpo Wet # 1: De Cirkel en de Lijn

De eerste wet van de kenpo stelt dat als je tegenstander recht op je af komt stormen, je je voeten moet gebruiken om je lichaam langs een cirkelvormige baan te bewegen. Je zou ook moeten overwegen je armen in een cirkelvormig patroon te bewegen om de tegemoetkomende kracht af te buigen.

Wanneer je tegenstander aanvalt u op een cirkelvormige manier, moet je reageren met een snelle lineaire tegenaanval – je wapen gaat in een rechte lijn op zijn doel af. Net zoals de cirkel de lijn kan overwinnen, kan de lijn de cirkel overwinnen.

Kenpo Wet # 2: Sla eerst

Dit principe heeft verschillende betekenissen. Ten eerste betekent dit dat kenpo vooral een slaande/stotende vechtkunst is. Zeventig procent handen en dertig procent voeten is de klassieke verdeling, maar je kunt de verhouding veranderen al naar gelang de omstandigheden of je lichaamsbouw.

De tweede betekenis is dat als een confrontatie onvermijdelijk is-een inbreker klimt door je badkamer raam om 2 uur in de ochtend en hij begint met een honkbalknuppel te zwaaien-je dan niet moet wachten tot de agressor eerst aanvalt. Je moet ervoor zorgen hem eerst te raken met een voet, een vuist, een elleboog of knie. Je moet hem ook hard treffen en doorgaan totdat hij is uitgeschakeld.

Het kenpo curriculum omvat ook tal van grappling en werptechnieken, maar onderzoek heeft aangetoond dat ze in minder dan 25 procent van de ontmoetingen waarin beoefenaars zich hebben bevonden worden gebruikt, en ze zijn niet effectief tegen meerdere aanvallers. Omdat grappling vier keer zoveel kracht en energie gebruikt als slaan en stoten doet, wordt het beschouwd als een laatste redmiddel, alleen geschikt als je tegenstander door uw eerste en tweede lijn van verdediging dringt: respectievelijk je voeten en vuisten.

Kenpo Wet # 3: Meervoudig slaan

Kenpo is anders dan veel karate stijlen in die zin dat het je leert om als eerste toe te slaan en om vaak en snel achter elkaar te slaan – hoog, laag, recht in en langs een cirkelvormige baan. Het ontketenen van een regen van slagen maakt het moeilijk om iedere slag te combineren met een kiai (schreeuw).

Daarom moet je vooral niet bij elke klap een kiai geven; in feite betekent dat dat je overtollige energie besteedt.

Je eerste en tweede slagen zijn bedoeld om je tegenstander te verdoven, afleiden en vertragen. Je derde en, indien nodig, vierde slagen zijn de “powerstrikes”. Vergeet niet de kenpo stelregel: Zet eerst je tegenstander klaar, en schakel hem dan uit.

Kenpo Wet # 4: Doelen

Als je een gat in een muur zou moeten slaan, zou je dan liever een halve centimeter gipsplaat raken of een houten steunbalk van 5 centimeter dik? Het antwoord ligt voor de hand, en het is ook de reden waarom kenpo voorstanders graag ‘zachte’ doelen raken. Niemand brak ooit zijn knokkels op de slaap van een aanvaller, niemand heeft ooit zijn wreef gebroken bij een trap in het kruis van een aanvaller en niemand heeft ooit zijn hand op de keel van een tegenstander verwond.

In Japan wordt het makiwara bord gebruikt om de handen te harden, en in Thailand verharden Muay Thai vechters hun schenen door tegen bananenbomen te schoppen. Kenpo is anders in die zin dat het zich richt op de weg van de minste weerstand en zo min mogelijk pijn. Juist slagen gericht op de slaap, gezicht, neus, nek, solar plexus, maag, kruis en zwevende ribben zijn superieur aan gewoon in wilde weg op willekeurige delen van het lichaam van de agressor slaan.

Kenpo Wet # 5: Trappen

Kenpo’s uitgangspunt is om laag te schoppen is gebaseerd op logica. Een roundhouse kick en spinning omgekeerde halve maan trap naar het hoofd kan flashy en indrukwekkend zijn, maar dergelijke manoeuvres duren langer om uit te voeren, omdat je been tijd nodig heeft om bij het doel te komen als dat verder weg gelegen is.

Hoge trappen onthullen ook het kruis als doel voor de tegenstander. Omdat hoge trappen superieure balans en focus vergen, moet je je been technieken toch hoog oefenen. Maar voor zelfverdediging gebruiken we ze laag. Bovendien, lage trappen naar de benen, het uitvoeren van een aanval op de “pijlers” -kan de balans van je tegenstander verstoren en zijn been breken.

Kenpo Wet # 6: Geen Blok

Kenpo benadrukt economie van de beweging en de economie van de tijd. Vandaar dat haar “Geen-blok-principe” leert dat je om te voorkomen dat je getroffen wordt door een stoot of trap, je je lichaam uit de baan van de aanval moet bewegen. De meest geavanceerde verdediging die wordt onderwezen in de vechtkunst, werd misschien het best uitgedrukt door de oude Shaolin priester in de Kung Fu tv-serie: “Voorkom liever dan te controleren; controleer liever dan te blokkeren; blokkeer liever dan te slaan; sla liever dan pijn te doen; doe liever pijn dan te beschadigen; beschadig liever dan te doden—want ieder leven is kostbaar.”

Strategisch is een blok een verspilde beweging, omdat het je tegenstander er niet van weerhoudt om opnieuw aan te vallen, bijvoorbeeld met zijn andere arm. Het is veel beter om jezelf te verplaatsen uit de baan van de aanval en tegelijkertijd een tegenaanval te plaatsen.

Deze manier van vechten is echter voorbehouden aan bruine banden en hoger, omdat het een hoger niveau van vaardigheid vereist om dit te kunnen gebruiken en een aanzienlijke hoeveelheid ervaring in sparren om de neiging te voorkomen om aan de grond genageld te staan op het moment van een crisis.

Het geen-blok-principe betekent niet dat blokkeringen geen rol spelen in de strijd. Als je in een hoek zou staan zonder uitweg en een aanvaller heeft een knuppel, dan zul je die aanval moeten blokkeren. Dat is de reden waarom kenpo acht verschillende blokkeringen leert, samen met tientallen aanvallen, maar ze leiden allemaal tot dezelfde stelregel: Het beste blok van alles is helemaal geen blok.

Kenpo Wet # 7: Meegeven en ombuigen

Meegeven en ombuigen worden het best geïllustreerd door het symbool van yin en yang (zacht en hard). Wanneer je tegenstander je hard aanvalt, moet je tegenaanval zacht zijn. Als hij zwakker is dan jij of hij valt zacht aan, dan moet je hard tegenaanvallen om de confrontatie snel te beëindigen.

Aikido bevat vele technieken die berusten op hetzelfde principe van meegeven en ombuigen. In de meeste karate systemen, echter, is het blokkeren extreem hard zodat niet alleen de aanvaller, maar ook de verdediger verwond kan raken. Grotendeels gaat kenpo niet mee in dit adagium “elk blok is een slag”. In plaats daarvan leert kenpo zacht te blokkeren en hard te slaan.

Ombuigen is ook van het grootste belang. Vele vechtkunsten leren hun beoefenaars om een neerwaarts blok gebruiken om een voorwaartse trap te stoppen, wat resulteert in de hamervuist van de verdediger die hard de wreef of scheen van de aanvaller raakt. De impact daarvan kan de blokkerende hand of arm makkelijk breken. Kenpo leert dat het beter is om het been van je tegenstander te pareren en hem een draai mee te geven waardoor hij uit balans raakt, alvorens een harde tegenaanval in te zetten.

Kenpo Wet # 8: Mobiliteit

Mobiliteit is het kenpo principe dat het makkelijkst te begrijpen is. Een bewegend doel is immers moeilijker te raken dan een stilstaand doel. Hoe eenvoudig dat ook klinkt, er zijn veel vechtkunst beoefenaars die dit principe niet toepassen.

Kenpo leert dat er drie soorten vechters zijn: het standbeeld, heeft weinig mobiliteit en zal niet terugtrekken; de renner, die je moet achtervolgen in de ring; en de stoomwals, die blijft gewoon recht op je afkomen. Als je een van deze bent, wees voorzichtig, want je bent voorspelbaar en kan dus worden verslagen. Om middelmatigheid te overstijgen, moet je de types afwisselen en wat er ook gebeurt, blijf in beweging. Als je houding goed is net als je beweging, zal je in staat zijn om jezelf in een superieure positie ten opzichte van je tegenstander te zetten.

Kenpo Wet # 9: Flexibiliteit

De wet van flexibiliteit is de wet van de overleving. Kenpo is uniek in die zin dat het zich aanpast aan uw bouw, persoonlijkheid en geest. Als je 1 meter 50 lang bent, heeft het weinig zin om je te concentreren op trappen terwijl je grootste troeven mobiliteit en snelheid zijn. Als je een vrouw bent van 50 kilo, heeft het weinig zin om te worstelen met een aanvaller van 120 kilo. De oude kenpo meesters toonden hun wijsheid toen ze verklaarden dat in een gevecht voor je leven, je moet gebruiken wat je het beste kan en de heiligheid van de stijl moet vergeten. Iedere beoefenaar heeft verschillende attributen die hem of haar effectief kunnen maken.

Een groot persoon met lange benen kan een voordeel met schoppen hebben; een korte persoon kan een voordeel met zijn handen hebben; en een zware persoon kan een voordeel hebben bij het worstelen. Volgens de wet van flexibiliteit kunnen ze allemaal hun eigen repertoire van technieken ontwikkelen vanuit kenpo.

Kenpo Wet # 10: De Geest van de strijder

Het laatste principe van kenpo bestaat uit twee essentiële componenten: de interne en externe. Een hondsdolle hond kan een geduchte bedreiging vormen, maar heeft slechts de externe component van de geest van de krijger. Binnenin is het dier niet in staat om te denken. Om de complete geest van de krijger te hebben, moet je woest zijn aan de buitenkant, maar kalm en rustig van binnen.

Samurai krijgers zeiden altijd dat het elke dag een mooie dag is om te sterven. Dat betekende niet dat zij de dood wensten. Integendeel, ze wilden het leven behouden, vooral dat van henzelf. Maar ze wisten dat als ze zouden gaan vechten met angst in hun hart, ze konden sterven of ernstig letsel oplopen. Ze wisten dat alleen door de dood te omarmen en te accepterenze zich volledig konden richten op de fysieke taak die moest worden volbracht: het verslaan van de vijand.

Je kiai, gezichtsuitdrukkingen, standen en verdedigende houding moeten allemaal samenwerken. Volgens het principe van yin en yang, moet je hard van buiten en zacht van binnen zijn. Als je de principes op deze manier gebruikt, kan strijdersgeest belangrijker zijn dan fysieke vaardigheid.

De Kenpo Wetten opvolgen

Misschien is de beste manier om de 10 wetten van kenpo in praktijk te brengen, eraan te denken alsof het toetsen zijn die de deuren van het hoger onderwijs kunnen openen. Vergeet niet dat ze geen heilig geschift vormen, want er zijn uitzonderingen op elke regel.

In de 35 jaar dat ik kenpo beoefen, heb ik slechts één negatieve kant aan de 10 wetten ontdekt: Een enkel leven is niet genoeg om er alles over te leren wat er geleerd kan worden. Ongetwijfeld zouden veel vechtkunst beoefenaars dat juist als een positief punt zien.

Disclaimer:
De standpunten die hierboven worden ingenomen, zijn die van de schrijver van het artikel. Hoewel ik het artikel uiteraard waardevol vind (anders had ik het niet vertaald en geplaatst), wil dat niet zeggen dat ik het met iedere stelling 100% eens ben. MdJ

Over het nut van zelfverdedigingstechnieken

Art-of-Leonardo-Da-VinciIn gesprek met leerlingen en instructeurs uit onze en andere Kenpo scholen wordt vaak gevraagd hoe bepaalde technieken precies “horen”. Het antwoord is dat er niet één manier is waarop het hoort.

1. Zijn de technieken zoals die beschreven zijn heilig?

Uit het feit dat ik de vraag stel, valt al af te leiden dat het antwoord nee is. Uit de overleveringen van verschillende instructeurs van de eerste generatie, die hun Kenpo nog rechtstreeks van Ed Parker geleerd hebben, heb ik begrepen dat er vroeger, toen er nog niets op papier stond, altijd meerdere varianten op het zelfde concept waren. Toen om economisch juridische redenen de technieken op schrift gesteld moesten worden, werd van ieder concept één variant op papier uitgeschreven. Niet omdat dat de enige juiste wijze van toepassing van het concept was, en zelfs niet omdat de beste variant was, maar gewoon omdat het de eerste variant was waar ze aan dachten. Ik denk dat we veilig kunnen stellen dat Ed Parker zelf zich nooit heeft beperkt tot de variant die beschreven was. Als verschillende eerste generatie instructeurs je vertellen dat een techniek hen precies op die manier door Ed Parker is uitgelegd, en die manieren verschillen, dan klopt dat. Als ik het goed begrepen heb, paste Ed Parker de technieken naar believen aan, afhankelijk van de persoon aan wie hij les gaf, en waarschijnlijk ook wel afhankelijk van het principe dat hij aan de hand van die techniek wilde uitleggen.

2. Zijn de technieken praktisch toepasbaar?

Niet allemaal, althans niet helemaal. Om het antwoord op deze vraag te begrijpen, moet je je eerst realiseren waar de technieken voor dienen. Maar al te vaak worden technieken afgeschreven omdat ze niet het meest voor de hand liggende antwoord geven op de aanval die bij die techniek hoort. Mijn eerste vraag is dan altijd: Zou je als expert in de vechtkunst ook niet de minder voor de hand liggende opties willen bestuderen? Er zijn altijd omstandigheden denkbaar waarin die minder voor de hand liggende optie juist wel de beste oplossing biedt.
Verder moet je begrijpen dat de technieken niet bedoeld zijn om het enig zaligmakende antwoord te geven op een bepaalde situatie. De technieken zijn bedoeld om een bepaald principe over te brengen. Vraag je in discussies over het nut van bepaalde technieken dus niet af of die techniek de beste oplossing biedt voor de aanval, maar vraag je af of er van die techniek iets te leren valt. Als het antwoord “Ja” is, heeft de techniek zijn nut bewezen.
Iedere zelfverdedigingstechniek is gebaseerd op principes die, in die situatie, universeel toepasbaar zijn.
En dan is er nog het feit dat een gevecht het best zo simpel mogelijk kan worden opgelost. Maar als wij alleen maar simpele oplossingen trainen, wordt daar ons bewegingsniveau niet beter van. We trainen dus in de hogere niveaus ingewikkelde technieken, niet omdat die praktisch toepasbaar zijn, maar om ons lichaam te dwingen beter te worden. Met die toegenomen coördinatie, ontspanning en kracht, kunnen we daarna de simpele oplossingen nog beter gaan toepassen.

3. Kun je iedere techniek aanpassen zoveel je maar wil?

Nee. Uit het voorgaande blijkt dat iedere techniek bedoeld is om bepaalde principes over te brengen. Als we dat overboord gooien omdat we de techniek aangepast hebben, streven we ons doel voorbij. Technieken kunnen dus naar mijn bescheiden mening worden aangepast binnen de kaders van de principes in de techniek. Mijn ervaring tot nu toe in in ieder geval dat ik in het verleden veel technieken buiten de kaders om heb aangepast omdat ik dacht dat ze niet werkten. Maar altijd om er later achter te komen dat het niet de techniek was die niet werkte, maar mijn tekortschietende vaardigheid, waardoor ik de techniek nog niet kon laten werken. Dan is aanpassen niet de weg, maar harder trainen wel.

Mijn conclusie is dat iedere techniek z’n nut heeft binnen het systeem. Vraag je je van een bepaalde techniek af wat dat nut dan precies is, vraag het je instructeur. En accepteer nooit als antwoord: “omdat het zo in de manual staat”.

Dit is slechts mijn mening over de technieken in het systeem, geïnteresseerd in meer, of in een discussie over dit onderwerp, train dan gerust een keer mee. Tijdens de les trainen we, discussies doen we na de les…

Marcel

Short form 3 door Ed Parker

Een kort filmpje waarin te zien is hoe Ed Parker zelf korte vorm 3 uitvoerde, de vorm die bij ons voor groene band geleerd moet worden.

Hoe word je een goede “Kenpo-ouder”?

JesseOorspronkelijk geplaatst op de website: “Karate by Jesse“, vertaald door Marcel de Jong

Hoe word je een goede Kenpo ouder (Hint : Gebruik Deze 7 magische woorden ) Door Jesse

Stel je de deceptie voor:

  • Je hebt je kinderen jaren heen en weer gereden naar Karatelessen, toernooien en trainingskampen.
  • Je hebt handenvol met geld besteed aan uniformen, banden, examens en materialen.
  • Je hebt er honderden uren in geïnvesteerd je kinderen meedogenloos  te pushen.

En dan op een dag …

BANG!

Ze stoppen.

Zomaar.

Je bent kapot. Verbijsterd. Waarom? !

Je probeert met ze te praten. Je probeert ze te overtuigen om verder te gaan. Je vertelt ze dat ze te ver zijn gekomen om nu te stoppen – probeer het nog een keer jongen!

Maar niets werkt.

Als een kind eenmaal een keus gemaakt heeft, is er niet veel meer aan te doen.

Dus …

Natuurlijk geef je eerst jezelf de schuld.

“Wat heb ik verkeerd gedaan? Waarom is dit gebeurd ? Ben ik geen goede ouder? Ik betaalde voor de beste trainers, de beste uitrusting, de beste … ”

Stoppen. Gewoon stoppen.

Ik zal je vertellen wat je verkeerd hebt gedaan:

Je werd zo gefascineerd door de prestaties, glorie, vlekkeloze track records, trots, succes en het harde werk dat je vergeten bent wat echt belangrijk is.

Pret.

Zeg mij na:

“Kinderen zijn niet een fysieke manifestatie van mijn eigen onvervulde kinderdromen.”

Heb je dat?

Kijk …

In mijn jaren als een Karate leraar en coach (ik ben zelf opgegroeid in een martial arts familie) ben ik getuige geweest van te veel getalenteerde kinderen wiens enthousiasme leeggezogen wordt door goedbedoelende ouders die onbewust hun kinderen behandelen als menselijke bakstenen in een spel van de ouderlijke glorie.

En dat maakt mij misselijk.

Als het succes van je kinderen – of het nu in karate, hockey, op school of op voetbal is – gewoon een statussymbool voor je is, dan moet je je voorbereiden op de vervelende stroom aan gevolgen zodra ze oud genoeg zijn om dit te begrijpen.

Maar maak je geen zorgen.

Er is nog hoop.

Volgens psychologisch onderzoek, zijn er wetenschappelijk bewezen zinnen die ouders kunnen gebruiken tegen hun kinderen om te zorgen dat ze gemotiveerd en super blij met hun prestaties blijven – ongeacht of ze piano spelen, met ballen gooien of een vechtkunst beoefenen.

De top drie opmerkingen die moeders / vaders kunnen maken als hun kinderen gaan trainen zijn:

voor de training:

  • “Veel plezier.”
  • “Doe je best.”
  • “Ik hou van je.”

na de training:

  • “Vond je het leuk?”
  • “Ik ben trots op je.”
  • “Ik hou van je.”

Maar wacht.

Het wordt nog beter.

Topcoaches B.E. Brown en R. Molenaar van Proactieve Coaching LLC voerden dertig jaar lang onderzoek uit, en vroegen ​​succesvolle atleten wat hun ouders zeiden dat hen het beste gevoel gaf wanneer ze trainden als kinderen.

Een keer raden wat hun # 1 antwoord was?

Een eenvoudige zin die bestaat uit zeven magische woorden:

“Ik hou ervan om jou te zien trainen.”

Dat is het.

Niets overschattends zoals ” je bent de kampioen , ” of ontmoedigend als “doe beter je best”. Niet eens een bedrieglijk ondersteunende “Hier zijn een paar dingen die je kunt verbeteren.”

Gewoon …

“Ik hou ervan om jou te zien trainen.”

Eenvoudig, elegant en ongelooflijk krachtig.

Deze zin van 7 woorden, lieve Karate ouders , is de sleutel tot het verzekeren van het plezier van uw kinderen in hun training voor de komende jaren – met examens, banden, onderscheidingen en trofeeën als natuurlijke bijproducten – geen doelen.

Het enige wat je kinderen echt willen is je onverdeelde aandacht en goedkeuring toch.

Dus geef ze dat dan.

Zeg: “Ik hou ervan om jou te zien trainen.”

Omdat ze ook van jou houden, komt de rest vanzelf.

Grootheid kan niet worden opgedrongen.

Het groeit uit de vreugde van de training.

Coach minder.

Heb meer lief.

About the author

 is a self-titled Karate Nerd™, best-selling martial arts writer, unreasonably handsome elite athlete, autodidact, karatepreneur and carrot cake aficionado. He really thinks you should become a Karate Nerd™ too.

Voetstukken

Brye Cooper on the left
Brye Cooper on the left

Door Brye Cooper (vertaald door Marcel de Jong).

Verhalen uit mijn leven en Martial Arts Journey.

De eerste keer dat ik Senior Grootmeester Ed Parker ontmoette, was op het eiland Jersey in 1986. Mr Parker toerde door Europa en bezocht het eiland voor een week met seminars en promoties. De entourage die Mr Parker met hem had meegebracht bestond onder andere uit Lee Wedlake , Skip Hancock en Dennis Conatser. Als je de seminars bijwoonde was het duidelijk dat iedereen erg onder de indruk van Mr. Parker was en aan zijn lippen hing. Hoewel ik er als blauwe band destijds alles van begreep, bracht de ervaring me nog meer inspiratie en motivatie om door te gaan.

Na een van de seminars was georganiseerd dat Mr. Parker en zijn entourage later op de avond de Jersey Kenpo studenten zou vergezellen voor drankjes en hapjes in de bar van een plaatselijk hotel. We wachtten op Mr. Parker, en toen hij aankwam deed iedereen zijn best om goed voor de dag te komen, en voelde zich enigszins ongemakkelijk. We zaten allemaal in een grote cirkel met Mr. Parker in het midden en niemand wist echt wat te zeggen. Mr. Parker probeerde het ijs te breken door het vertellen van een grap waar we allemaal om lachten of het nu grappig was of niet, maar daarna werd het weer stil. Er was een jonge knaap uit Glasgow (Scotland) aanwezig genaamd Paul, een gele band die pas kort geleden met Kenpo was begonnen. Paul was een klein mannetje, was ongeveer 21 jaar oud en sierde zijn jongensachtige gezicht met een volle baard. Plotseling stond Paul tot onze verbazing op uit zijn stoel met een glas bier in de hand en ging naast Mr. Parker staan. “Hey Eddie”, zei hij in zijn Schotse accent. Ik weet nog een goeie voor je. Shock en Horror! Hey Eddie! Wat dacht hij, dat hij op die manier Mr. Parker kon benaderen? Mr. Parkers gezicht straalde met een grote glimlach en hij boog zich naar Paul en zei “Laat horen dan”. Paul vertelde hem een echt schuine grap waar ieder van ons, samen met Mr. Parker schaterde van het lachen. Nu was het ijs echt gebroken. Wat ik van dit moment geleerd heb is dat we allemaal gelijk zijn en allemaal op dezelfde spirituele reis. Mr. Parker wist dit en ik geloof dat hij het meest op zijn gemak was wanneer hij werd behandeld als een gelijke. Ik herinner me deze les tot op de dag van vandaag.

Als je ervoor kiest om iemand op een voetstuk te plaatsen zullen ze op je neerkijken. Die neerwaartse blik beïnvloedt je eigen opwaartse traject negatief. Denk nooit minder van jezelf of je positie en pas je nooit aan aan diegenen die je positie en je zijn ontkennen en kleineren. Respect waar om gevraagd wordt is corrumperend en niet verdiend en heeft dus geen waarde.

Standen

Oefen al je standen tot het meesterwerken zijn en je er niet meer over na hoeft te denken. Er bestaat niet zoiets als spiergeheugen (muscle memory) omdat spieren geen hersenen bevatten, maar je lijf en je spieren reageren beter als iets keer op keer getraind is. “Je kunt geen kanon afschieten vanuit een kano”. We hebben de solide basis nodig die een goede stand ons biedt. Zelfs in de bijbel staat dat je een huis moet bouwen op rotsen en niet op zand.
– Bob White, 9e dan

De Kenpo Creed

De onderstaande spreuk wordt door veel vechtkunstenaars in de wereld aangenomen als een uitstekende beschrijving van de essentie van de vechtkunst en de betekenis ervan in het dagelijks leven. Hij is geschreven door Ed Parker in maart 1957. Wie de vertaling in Kanji heeft gemaakt die erboven staat, is mij niet bekend.
kenpocreed